Foto Monique Volman

Van eenrichtingsverkeer naar wederkerige verbinding

Als school en thuis meer verbonden zijn, vergroot dat de kansen van kinderen. Maar wat vraagt dat van professionals? ‘Ouderbetrokkenheid is nu nog te vaak eenrichtingsverkeer’, constateert Mariëtte Lusse, lector Samenwerken met ouders aan kansen voor kinderen.

Samenwerken met ouders, dat doen veel scholen toch al?

‘Zeker, veel scholen investeren hierin. We weten dat kinderen goed gedijen als hun leefwerelden –
thuis en op school – elkaar overlappen. Maar die overlap is er nog niet altijd. De invulling van ouderbetrokkenheid blijft vaak eenrichtingsverkeer: de school vertelt de ouder wat er op school gebeurt, maar vraagt nog te weinig naar wat er thuis speelt. Echte verbinding ontstaat pas als professionals en ouders elkaar kennen en elkaars toegevoegde waarde voor de ontwikkeling van het kind erkennen. Dat vraagt ook om een beter beeld van de thuissituatie van een kind, zodat je kunt aansluiten op de behoeften en mogelijkheden van het gezin. Kinderen ervaren dan één steunende beweging vanuit ouders en school, omdat zij samen achter het kind staan.’

Wat vraagt dat van professionals?

Mijn lectoraat onderzoekt hoe “samenwerken met ouders” er in de praktijk uit zou moeten zien, om daadwerkelijk samen de ontwikkeling van de leerling te ondersteunen. Samen met scholen ontwerpen we daarvoor een onderbouwde, bruikbare en haalbare aanpak. Mijn collega Martine van der Pluijm en ik hebben een aanpak ontwikkeld die is samengevat in vijf stappen, elk voorzien van succesfactoren. Dat biedt professionals handvatten, die ze natuurlijk zelf op maat kunnen maken voor hun eigen school. Die aanpak vraagt om het net even anders vormgeven van het contact met ouders, zodat er meer wederkerigheid ontstaat. In mijn lezing laat ik voorbeelden zien van verschillende soorten ouderbijeenkomsten en manieren van gespreksvoering met ouders. En wat er dan gebeurt. Je ziet echt verschil als leerlingen hierin een actieve rol hebben en kunnen benoemen welke steun ze nodig hebben van school en van thuis. Zo kunnen leraren en ouders hun steun ook veel beter op elkaar afstemmen.’

Hoe ga je als professional in zulke gesprekken om met verschillen tussen jou en de ouder?

‘Als de verschillen tussen school en thuis groot zijn is het extra belangrijk om je te realiseren dat de basiswaarden van leraren en ouders vrijwel altijd hetzelfde zijn. Ouders en professionals vinden het allebei belangrijk dat kinderen veilig kunnen opgroeien, een passende opleiding vinden en een constructieve bijdrage leveren aan de samenleving. Als je die gezamenlijke basiswaarden in je achterhoofd houdt, kun je daar op voortbouwen. In de praktijk zien we dat de overeenkomsten veel belangrijker zijn dan de verschillen.’

Wat is het grootste misverstand over partnerschap met ouders?

‘Dat ouders die veel op school aanwezig zijn, ook het meest betrokken zijn. En andersom. We weten uit stapels onderzoek dat de voornaamste rol van ouders zich thuis afspeelt. Het belangrijkste wat ouders kunnen doen, is met hun kinderen praten over wat ze meemaken, en hun kinderen aanmoedigen. Het draait allemaal om interesse. 99,9 procent van de ouders heeft die interesse ook. En we weten dat het merendeel van de ouders die rol goed vervult. Maar veel leraren en ouders denken dat de belangrijkste bijdrage van ouders is om hun kind te helpen bij huiswerk. Sommige ouders denken daardoor dat zij hun kind niet kunnen steunen en blijven daarom op afstand. Terwijl helpen met huiswerk ook averechts kan werken. Bijvoorbeeld omdat een kind in de weerstand komt als ouders betrokken willen worden bij huiswerk. Of omdat ouders geen idee hebben wat er nodig is voor een bepaald vak. Je doet er daarom als professional goed aan om ouders te vertellen dat het voldoende is als ze thuis interesse tonen in hun kind.’

Professionals kampen nu al met hoge werkdruk. Waar halen ze de tijd vandaan voor extra contact met ouders?

‘Het gaat niet om extra contact, maar om het anders vormgeven van het contact. We hebben professionals gesproken die aan het begin van de schooljaar investeren in kennismaken met alle ouders. Deze professionals ervaren dat het uiteindelijk tijd oplevert, omdat er vanaf het begin al veel meer onderling vertrouwen is. Zowel ouders als professionals ervaren daardoor minder drempels om elkaar op te zoeken. Zo voorkom je dat er pas contact is als dingen misgaan. Omdat het contact positiever is, scheelt het ook in de ervaren belasting. Dus ja, het is een investering, maar het scheelt uiteindelijk een boel werk. En het zorgt ervoor dat jij als professional je uiteindelijke doel bereikt: alle kinderen de kans geven om te leren en zich te ontwikkelen.’