Niet afkeuren, maar normen verbreden
Wees je in contact met ouders bewust van je blinde vlekken, vooroordelen en aannames. Dat is de belangrijkste opdracht voor professionals om tot goed partnerschap te komen, aldus Judi Mesman, hoogleraar sociale (on)rechtvaardigheid aan de Universiteit Leiden. ‘Met de schijn van objectiviteit is niemand geholpen.’
Hoe kijk jij naar gelijkwaardig partnerschap tussen professional en ouder?
‘Gelijkwaardigheid is een nobel streven. En als mens moeten we dat vooral nastreven. Maar in de rol van professional is dat niet vanzelfsprekend. Tegenover jou zit een ouder die hulp nodig heeft. Er is dus altijd een vorm van machtsongelijkheid. Dat besef is heel belangrijk. En ook het bewustzijn dat het machtsverschil nog groter is bij ouders die het lastig hebben in onze maatschappij. Ik wil professionals daarom aansporen om als mens te proberen gelijkwaardigheid na te streven, en tegelijkertijd de ongelijkwaardigheid ten opzichte van ouders te erkennen. En daarbij ook te beseffen dat de verantwoordelijkheid binnen de samenwerking voor een groter deel bij jou ligt. En niet bij een gezin in een kwetsbare positie. Let wel, ik pleit er niet voor dat professionals top-down gaan werken. Je kunt absoluut je best doen om ouders zoveel mogelijk inspraak te geven. Maar wees je er wél van bewust dat een ouder barrières kan voelen om eerlijk en vrijuit te spreken.’
Waar komen die barrières vandaan?
‘Die komen voort uit de geracialiseerde ongelijkheid in onze samenleving. Vaak zeggen mensen dat ze kleurenblind zijn. En ook professionals zijn geneigd om te doen alsof ze geen verschil zien tussen zichzelf en de ander. Maar dat verschil zien ze wel. En dat verschil heeft invloed op de manier waarop mensen worden behandeld. Dat is een feit. Zie als professional de realiteit onder ogen, want pas dan kun je die realiteit adequaat benaderen. Veel mensen vinden dat ongemakkelijk. Die houden liever de schijn van objectiviteit op. Maar daarmee is echt niemand geholpen.’
Wat houdt dat in, de realiteit onder ogen zien?
‘Dat begint met je bewust zijn van jouw positie in de maatschappij. En van de positie van de ander. Vrouwen die een hoofddoek dragen, hebben bijvoorbeeld een heel eigen ervaring in het dagelijks leven. Ze worden anders bejegend. En daardoor overkomen hen dingen die een witte professional nooit meemaakt, zoals bespuugd worden op straat. Dat besef doet ertoe, omdat dit invloed heeft op een persoon. Op de mate waarin die persoon anderen vertrouwt, zelfverzekerd is, gehoord wordt door anderen. Natuurlijk kun je nooit generaliseren. Maar waar het om gaat is dat je de ander écht ziet. En niet bepaalde aspecten negeert. Sta ervoor open dat er van alles speelt bij mensen die een heel ander leven leiden dan jij. En realiseer je dat dit een rol kan spelen in jullie relatie. Doe je dat niet, dan beperkt dat de samenwerking.’
Wat is het grootste misverstand over goed partnerschap met ouders?
‘Dat zit vooral in interventies waarbij ouders volledig in de lead zijn. Ik sta wel achter het principe. Maar de vraag is of het in de praktijk werkt. Kun je als professional de ouder in de lead laten als die ouder een ander doel heeft dan jijzelf? Wat als een ouder zegt: “Ik wil dat mijn kind altijd naar mij luistert zonder vragen te stellen.” Dat is doorgaans niet hoe “we” in Nederland denken over goede opvoeding. Dus als een ouder een gehoorzaam kind wil, dan zullen de meeste professionals toch proberen uit te leggen dat er andere en betere manieren zijn. Professionals willen liever niet meewerken als een ouder andere doelen heeft en andere normen nastreeft. Daar moeten we gewoon eerlijk over zijn.’
Hoe zou je daar dan als professional op moeten reageren?
‘Ten eerste door je bewust te zijn van de impliciete en expliciete normen die in Nederland gemeengoed zijn. Die normen zijn deels evidence based. Maar dat onderzoek is wel gebaseerd op zeer selectieve doelgroepen, namelijk witte, westerse gezinnen uit de middenklasse. Natuurlijk moet je als professional houvast hebben in wat je doet. Daar helpen die normen bij. Maar ik pleit wel voor enige lenigheid en openheid in het denken en werken. Dus als een ouder een kind wil dat blind gehoorzaamt, vraag je dan af waar dat vandaan komt. Keur niet meteen af, maar sta open voor de ouder. Want met afkeuren stoot je ouders af. Die gaan jou niks meer vertellen. En die gaan ook niet meer naar jou luisteren als je belangrijke dingen te delen hebt. Ik heb er zelf altijd over gelogen tegen de kraamhulp dat mijn baby bij mij in bed sliep. Omdat ik wist dat ik er kritiek op zou krijgen, terwijl samen slapen heel normaal is in driekwart van de wereld.’
Wat is jouw belangrijkste boodschap aan jeugdprofessionals?
‘Wees je bewust van blinde vlekken, vooroordelen en aannames. Want die staan goede inclusieve zorg of inclusief onderwijs in de weg. Het is heel makkelijk en comfortabel om op de automatische piloot te werken. Maar probeer juist het vanzelfsprekende te bevragen. Ik vraag weleens aan organisaties waarom ze op een bepaalde manier werken. “Omdat we dat zo hebben afgesproken”, krijg ik dan geregeld terug. Dat vind ik echt een slecht antwoord. Je mist daardoor kansen om jezelf en je organisatie te ontwikkelen. Een te nauwe blik en een te strakke norm werken discriminerend en uitsluitend. Het werkt ongelijkheid in de hand. Daarom wil ik graag de normen verbreden. Mensen vragen me weleens of ik vind dat de witte norm vervangen moet worden. Dat is niet zo. Ik zou alleen graag zien dat we breder gaan kijken, denken en werken.’
