Foto Monique Volman

Voor jongerenparticipatie zijn geen vergadertafels nodig

Vergaderingen en vragenlijsten zijn voor professionals logische vormen voor jongerenparticipatie. Maar kinderen en jongeren delen hun boodschap ook op heel andere manieren, aldus Christine Dedding, professor aan Amsterdam UMC, Leerstoel Participatie, diversiteit en rechtvaardigheid. ‘Je capuchon opzetten, rapteksten schrijven, niet komen opdagen: het zijn allemaal participatiesignalen waar we veel van kunnen leren.’

Hoe gaat het met de jongerenparticipatie in Nederland?

‘Het goede nieuws is dat er steeds meer aandacht voor is. En dat ook steeds meer kinderen en jongeren worden betrokken bij beleid en onderzoek. Tegelijkertijd missen we nog heel veel kansen. Dat komt ten eerste door het misverstand dat participatie altijd door volwassenen georganiseerd moet zijn. We hebben nog onvoldoende aandacht voor hoe jongeren uit zichzelf al participeren en missen daardoor belangrijke signaleren, waaronder die van stille kinderen.’

Waarom wordt die participatie niet herkend?

‘Dat heeft te maken met de tweede reden waardoor veel jongeren niet “gehoord” worden. Namelijk dat volwassenen participatie heel formeel en verbaal vormgeven. We nodigen jongeren uit in onze eigen routines en gewoontes, waarin wij als volwassenen hebben leren functioneren. We sturen informatiebrieven, kiezen een kinderburgemeester en organiseren rondetafelgesprekken. Niet alle kinderen en jongeren voelen zich daar comfortabel bij. Ook omdat ze zich moeten verhouden tot verbaal vaardigere volwassenen. Bovendien merken ze dat echte verandering nog te vaak uitblijft. Soms vallen jongeren dan noodgedwongen terug op hindermacht.’

Hindermacht, wat houdt dat in?

‘In een samenleving zie je vaak dat mensen bij gebrek aan invloed of een luisterend oor noodgedwongen de boel gaan verstoren of verhinderen. Ze gebruiken dan hun hindermacht. Bij kinderen en jongeren vertaalt dat zich bijvoorbeeld in korte antwoorden als ‘ja’, ‘nee’, ‘goed’, ‘gewoon’ als ze in gesprek zijn met volwassenen. Hindermacht kan ook betekenen dat je gaat schreeuwen en schoppen. Dat je veel ruimte inneemt, of juist niet komt opdagen. Of dat je je niet aan de regels houdt, niet doet wat er gevraagd wordt of je capuchon nog verder over je hoofd trekt. Het risico is dat volwassenen vinden dat kinderen en jongeren zich eerst moeten leren gedragen. En uit dit gedrag concluderen dat deze kinderen en jongeren geen interesse hebben om te participeren.’

Wat is jouw opdracht aan professionals die willen werken aan betekenisvolle jongerenparticipatie?

‘Je moet het respect en vertrouwen van een kind of jongere verdienen. Neem daarom de tijd om elkaar te leren kennen. En laat zien dat je oprecht geïnteresseerd bent. Vertel dat je komt om te luisteren vanuit de wens om samen te werken aan een betere en rechtvaardigere wereld. Of liever nog meer concreet: aan een betere buurt, zorg of onderwijs. Zo ging mijn promovenda voor haar promotieonderzoek uitgebreid barbecueën met een groep jongens. ’s Avonds, buiten kantoortijd, op een plek die zij hadden gekozen. Op zo’n moment lever je als volwassene comfort in, in plaats van andersom. Het klinkt misschien heel vanzelfsprekend, maar toch gebeurt dit weinig. Professionals leren dit normale menselijke gedrag af tijdens hun opleiding, omdat de nadruk ligt op routines en procedures. Onderzoekers zijn vooral bezig met data ophalen in plaats van eerst echt contact maken, samen bepalen wat relevante data is en hoe deze data samen te verzamelen en te interpreteren. Daar valt ontzettend veel mee te winnen. Daarnaast is het belangrijk dat we kritischer leren kijken naar de doelen van participatie. Als het doel is om bestaande machtsverhoudingen te bevragen, zoals de grondleggers voor ogen hadden, dan is het belangrijk dat we stil staan bij het begrip macht. Niet alleen hindermacht, maar bijvoorbeeld ook articulatiemacht en doorzetmacht: de mate waarin jongeren op eigen wijze en tempo hun verhaal kunnen vertellen, en beoogde oplossingen kunnen doorzetten. Begrip van machtsprocessen helpt om participatieprocessen kritischer vorm te geven. Met als uitgangspunt én eindpunt de veranderingen die kinderen en jongeren daadwerkelijk wensen.’