ronde 2: netwerktafels, workshops, lezingen, 14.45u tot 15.45u

L2.1 Lezingen - JGZ

L2.1 Lezingen - JGZ

De preventieve zorg voor de jeugdgezondheid door JGZ-professionals verandert ingrijpend. Kinderen, jongeren en hun opvoeders krijgen een grotere eigen rol in gezond opgroeien. En JGZ-organisaties zoeken naar manieren om beter aan te sluiten bij de behoeften van jeugdigen en opvoeders die daarbij hulp of ondersteuning nodig hebben. Welke mogelijkheden zijn er voor een verantwoorde flexibilisering van de JGZ? Hoe kunnen we valide instrumenten inzetten om de juiste zorg terecht te laten komen bij degenen die dit het hardst nodig hebben? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Leidt flexibilisering in de JGZ tot een effectievere zorg?

Spreker:Janine Bezem, GGD Gelderland Midden

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ

Korte samenvatting:
Decentralisatie en transformatie van de zorg voor de jeugd vragen om flexibilisering van contactmomenten in de JGZ. Deze flexibilisering van contactmomenten is bedoeld om kinderen met meer zorgbehoefte te onderscheiden van kinderen met wie het goed gaat. Flexibilisering kan zowel gebeuren door het aanpassen van de contactmomenten in aantal en vorm, als door taakherschikking zoals via de triagemethode. Deze methode biedt de JGZ de mogelijkheid om, met behoud van het basispakket voor alle kinderen, ruimte te creëren voor zorg op maat aan kinderen die dat nodig hebben. Kinderen worden eerst gescreend door een doktersassistente, waarna zij zo nodig uitgenodigd worden voor vervolgonderzoek door de jeugdarts of jeugdverpleegkundige. In deze lezing worden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek waarin de reguliere JGZ-contactmomenten in het basisonderwijs zijn vergeleken met de uitvoering van de contactmomenten via een triagemethode. Hierbij komen signalering, extra zorg voor risicokinderen en de kosten van de JGZ-basiszorg aan bod. En de lezing biedt een overzicht van vormen van flexibilisering bij JGZ-instellingen. Wat zijn de voor- en nadelen van flexibilisering vanuit het perspectief van kinderen, ouders en professionals? Leidt het tot effectievere zorg? En wat doet het met de aansluiting bij de veranderingen in het sociaal domein?

Bekijk de presentatie

(2) Triage in de JGZ: onderbouwd de juiste kinderen uitnodigen

Spreker: Leanthe van Harten, TNO

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ

Korte samenvatting:
Steeds meer organisaties in de JGZ maken gebruik van triage. Daarbij komen alleen nog de kinderen bij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige terecht bij wie een mogelijk ontwikkelings- of gezondheidsrisico is gesignaleerd. Deze manier van werken is veelbelovend, maar is nog niet goed onderbouwd en geüniformeerd. Iedere JGZ-organisatie bepaalt op dit moment zelf wanneer een kind in aanmerking komt voor nader onderzoek door jeugdarts of jeugdverpleegkundige. Daarbij hanteren organisaties hun eigen selectiecriteria. In deze lezing een toelichting op het ZonMw-project ‘Onderbouwing voor triagewerkwijze in de JGZ: ontwikkelen en toetsen van selectiecriteria’. Dit project werkt aan onderbouwde selectiecriteria, die worden getoetst op de kwaliteit van signalering. Waarop zijn de opgestelde selectiecriteria gebaseerd? En wat betekenen ze voor JGZ-organisaties? Aan de orde komt ook de evaluatie van de criteria; hoe wordt onderzocht of door de selectiecriteria de juiste kinderen bij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige terechtkomen?

(3) Het landelijk professioneel kader JGZ: weten en doen wat werkt?

Spreker: Ingrid Staal,GGD Zeeland

Doelgroep: Landelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ

Korte samenvatting:
Het ‘Landelijk professioneel kader Uitvoering basispakket jeugdgezondheidszorg’ ondersteunt JGZ-professionals en organisaties bij een meer flexibele uitvoering van het basispakket JGZ. Het kader wil aansluiten bij een veranderende rol van de jeugd, ouders, professionals en organisaties in de zorg voor de gezondheid, door te zorgen voor meer flexibiliteit en zorg op maat. Het kader beschrijft de JGZ-contacten voor de verschillende ontwikkelingsfasen in de levenslijn, en besteedt aandacht aan de overgangsmomenten naar een volgende fase voor kind en ouder. Maar hoe lever je meer flexibiliteit en zorg op maat op een onderbouwde, veilige en praktische manier? Vanuit praktijk en wetenschap belicht deze lezing de stand van zaken rondom verschillende onderzoeksprojecten. Het eerste is een studie naar de validiteit van de preSPARK als inrichting van het prenataal contactmoment. Een tweede project is een gerandomiseerd onderzoek naar de meerwaarde van een zorgpad met e-consulten voor peuters met een laag risico op opvoed- en opgroeiproblemen. Het derde besproken onderzoek gaat over het bepalen van draagkracht en draaglast bij ouders van jonge kinderen met de SPARK. Welke kennis en ervaring voegen deze projecten toe aan de uitvoering van het landelijk professioneel kader? En hoe staat het met de toepasbaarheid ervan in de dagelijkse praktijk?

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

L2.2 Lezingen - Opvoeden

L2.2 Lezingen - Opvoeden

Belangrijk onderdeel van preventief jeugdbeleid is het ondersteunen van opvoeders. Daarvoor zijn verschillende effectieve interventies beschikbaar. En ook buiten het inzetten van deze specifieke programma’s, is er veel mogelijk om ouders een steuntje in de rug te geven. Bijvoorbeeld door het stimuleren van vaderbetrokkenheid bij het opgroeien van de kinderen. Welke praktijkervaringen zijn er met opvoedingsondersteuning? En wat zegt de wetenschap over effectiviteit, bruikbaarheid en toegankelijkheid van veel gebruikte programma’s? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Leuker voor vaders’: vaders bereiken en betrekken

Spreker: Susan Ketner, Lectoraat Ouderschap en Ouderbegeleiding, Hogeschool Leiden

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
Vroeger bemoeiden vaders zich vaak minder met de opvoeding. Dat is tegenwoordig anders: vaders besteden meer tijd dan vroeger aan (de opvoeding van) hun kinderen. Ook op school en bijvoorbeeld bij het consultatiebureau laten vaders steeds meer hun betrokkenheid zien. Toch merken professionals in JGZ en jeugdzorg nog altijd dat vaders soms lastiger te bereiken en te betrekken zijn dan moeders. En andersom merken vaders dat hun wensen en behoeften niet altijd aansluiten bij het bestaande aanbod. Dit stelt professionals voor een uitdaging: hoe verbeter je de aansluiting bij vaders? Hoe zijn vaders te bereiken én beter te betrekken? In deze lezing worden resultaten gepresenteerd uit een literatuurstudie en uit het onderzoek ‘Leuker voor vaders’. Dit is een deelonderzoek van het onderzoeksproject ‘Leuker voor later’, dat ouders volgt gedurende vier jaar. Bij vaders is geïnventariseerd welke wensen en behoeften zij hebben rond bijvoorbeeld het bezoek aan het consultatiebureau, digitale informatie en opvoedingsondersteuning. Welke ideeën leven er rond vaderbetrokkenheid? En wat betekenen deze voor het preventief beleid?

(2) Triple P Tieners: ervaringen en implementatie in de regio Amsterdam

Spreker: Eva Smallegange, Hogeschool Inholland en Harrie Jonkman, Verwey-Jonker Instituut

Doelgroep: Overig opvoedingsondersteuners en onderzoekers

Korte samenvatting:
Het programma Triple P Tieners biedt ouders kennis en vaardigheden om hun tieners te helpen bij hun ontwikkeling en volwassen worden. Wat is er te zeggen over de effectiviteit van het programma? En hoe beleven ouders de toegankelijkheid en inhoud ervan? Het onderzoek naar Triple P Tieners in de regio Amsterdam (2013-2017) wil hierop met kwalitatief en kwantitatief onderzoek antwoorden vinden. Het gaat om wetenschappelijk onderzoek waarvan de resultaten worden geïmplementeerd in de praktijk. Het proces van implementatie en borging van de resultaten wordt samen met professionals vormgegeven. In het onderzoek is specifieke aandacht voor diversiteit: zowel voor diversiteit in de ervaren problematiek van ouders, de culturele diversiteit van gezinnen die meedoen aan het programma, als de diversiteit in uitvoering en beleving van het programma. In het onderzoek is zowel ouders als jongeren naar hun mening over Triple P Tieners gevraagd. In deze presentatie worden de eerste resultaten van de kwalitatieve en kwantitatieve studie gepresenteerd en wordt ingegaan op de betekenis ervan voor de praktijk. Hoe beoordelen ouders de toegankelijkheid van het programma, sluit het aan bij hun behoeften? En wat zijn mogelijke implicaties voor de praktijk van de opvoedingsondersteuning?

(3) Het beste bewijs in opvoedingsondersteuning bij gedragsproblemen bij jonge kinderen

Spreker: Patty Leijten, University of Oxford/Universiteit van Amsterdam

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ

Korte samenvatting:
Werken met het beste bewijs behelst meer dan een antwoord op de vraag of een jeugdinterventie effectief is. Het vereist kennis over de vraag voor wie interventies werken en onder welke omstandigheden. En over werkzame factoren en hun robuustheid bij verschillende cliënten en omstandigheden. Het thema van deze lezing is opvoedingsondersteuning bij gedragsproblemen bij jonge kinderen. Een serie studies heeft het inzicht vergroot in het vraagstuk voor wie opvoedingsinterventies werken en wanneer, en welke onderdelen nu met name bijdragen (of mogelijk afdoen) aan de effectiviteit. De lezing behandelt er een paar van. Allereerst een meta-analyse (50 studies) van het programma Incredible Years, dat in Nederland het predicaat ‘bewezen effectief volgens sterke aanwijzingen’ heeft gekregen. Een tweede studie is een meta-analyse (vier Nederlandse studies met individuele participantendata) naar de effectiviteit van Incredible Years voor cultureel diverse gezinnen. Een volgende is een interventieoverstijgende meta-analyse (129 studies) of opvoedingsondersteuningsprogramma’s ook in andere landen hun effectiviteit behouden. En ten slotte een serie van meta-analyses (20 tot 151 studies) naar de werkzame factoren van opvoedingsondersteuningsprogramma’s. Een samenvoeging van de belangrijkste resultaten uit deze studies leidt tot gefundeerde antwoorden op relevante praktijkvragen. Bijvoorbeeld: zijn opvoedingsondersteuningsprogramma’s uit het buitenland ook in Nederland effectief? En: op welke werkzame factoren van opvoedingsondersteuning kan mijn interventie of organisatie zich het beste richten? De lezing sluit af met richtlijnen voor beleidsmakers en professionals. Deze geven handvatten voor beslissingen over het inzetten van opvoedingsondersteuning bij gedragsproblemen bij jonge kinderen.

reserveer een stoel

L2.3 Lezingen - Eigen kracht

L2.3 Lezingen - Eigen kracht

Wie problemen in opvoeden en opgroeien wil helpen voorkomen, kan veel met de eigen kracht van kinderen, jongeren, opvoeders én hun netwerken. Er is inmiddels de nodige ervaring opgedaan met interventies gericht op empowerment. In de praktijk van de jeugdhulp wordt in preventieve zin veel verwacht van deze aanpak, die uitgaat van het eigen potentieel van mensen om hun problemen de baas te worden. Zijn de verwachtingen ook wetenschappelijk te onderbouwen? En wat is de betekenis van deze kennis voor zowel de praktijk als het preventieve beleid rond jeugdhulp? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Weten wat werkt in opvoedingsondersteuning

Spreker: Marjolein Boendermaker, INTRAVAL

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional Sociaal werk

Korte samenvatting:
Werkt de opvoedinterventie Licht Pedagogische Hulpverlening 12+ (LPH12+)? Voor wie werkt deze interventie en waardoor komt dat? Dat zijn de centrale vragen in een door ZonMw gefinancierde evaluatie die in het najaar van 2016 is gepubliceerd. LPH12+ is bedoeld voor gezinnen met kinderen tussen 12 en 18 jaar, die kampen met opvoedproblemen en psychosociale problemen. De hulpverlening is gericht op de eigen kracht van zowel de jongere als diens ouders. De aanpak kenmerkt zich door laagdrempelige, niet-geïndiceerde zorg en een preventieve insteek op het snijvlak van advies & informatie en hulpverlening. In deze lezing een presentatie van de resultaten van de evaluatie. De resultaten bieden inzicht in de werkzame mechanismen die van belang zijn voor opvoedingsondersteuning aan gezinnen met deze specifieke problematiek. Ook is uit de evaluatie duidelijk geworden welke contextuele voorwaarden (randvoorwaarden in de context waarbinnen het programma wordt aangeboden) bepalend zijn voor de werkzaamheid. De resultaten zijn daarmee niet alleen interessant voor interventies gericht op licht pedagogische hulp, maar eveneens voor vergelijkbare opvoedinterventies.

Bekijk de presentatie

(2) De effectiviteit van Eigen Kracht-conferenties in de jeugdzorg

Spreker: Sharon Dijkstra, Universiteit van Amsterdam

Doelgroep: Landelijk beleid, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
Sinds januari 2015 is het binnen de jeugdzorg wettelijk verplicht om ouders de gelegenheid te bieden samen met hun netwerk een familiegroepsplan op te stellen. Een instrument daarvoor is de zogeheten Eigen Kracht-conferentie. In 2014 is met ZonMw-subsidie bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam een gerandomiseerd onderzoek gestart naar de effectiviteit van dergelijke conferenties. In deze lezing worden de voorlopige resultaten van het onderzoek gepresenteerd met betrekking tot de totstandkoming van een Eigen-kracht conferentie. Hoe komt een Eigen Kracht-conferentie tot stand? Hoeveel gezinnen accepteren het aanbod van een Eigen-Kracht conferentie en hoeveel gezinnen komen uiteindelijk tot een conferentie? Welke redenen geven ouders en professionals voor het niet slagen van een Eigen-Kracht conferentie. Welke gezinsfactoren spelen hierbij een rol? Welke implicaties hebben de resultaten van de studie voor de praktijk?

(3) Bewezen kracht van het natuurlijke preventieve netwerk rondom jeugd

Spreker: Mikke Leenders (Social Brokers) en Ferry van den Brûle (SOD & Fie van der Hoopfonds)

Doelgroep: Landelijk beleid, Gemeentelijk beleid

Korte samenvatting:
Meer preventie op basis van eigen kracht. Wie dat wil realiseren, heeft mogelijk veel aan zogeheten 'Social Brokers'. Dit is een verzamelnaam voor alle vertrouwde personen van kinderen en jongeren. Het zijn de mensen die nu al vaak als eerste zien of horen wat er speelt; via sociale media of in persoonlijk contact met de jeugdige in kwestie. Vrienden, buurtgenoten, familie, (sport)coaches, rijinstructeurs, kappers; overal zijn Social Brokers te vinden die al vroegtijdig signaleren, informeren en soms doorverwijzen. Maar we benutten ze nauwelijks om de jeugdhulp te verbeteren. In deze lezing een presentatie van de resultaten van onderzoek naar de waarde van het bewustmaken, erkennen en versterken van het natuurlijke preventieve vangnet rond jeugdigen. De resultaten wijzen op de potentiële meerwaarde van het serieuzer betrekken in het preventief beleid van al die duizenden bestaande vertrouwde personen waar jongeren nú al mee praten. Dit pleidooi is nader te onderbouwen met onderzoek naar de stand van zaken op het gebied van preventie voor de jeugd in Nederland, waaraan meer dan de helft van alle gemeenten meedeed. In de lezing ook een presentatie van (geanonimiseerde) resultaten uit dit onderzoek, gevolgd door een schets van nieuwe perspectieven op de benodigde innovatie naar meer preventie.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

L2.4 Lezingen - LVB

L2.4 Lezingen - LVB

Kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) vragen om een intensieve begeleiding. Op verschillende levensterreinen is het voor hen lastig om zichzelf goed te kunnen redden. Wat is bijvoorbeeld het belang van sociale vaardigheden voor hun dagelijks functioneren? Hoe kunnen zij deze vaardigheden verbeteren? Zijn ervaringen en kennis rond een goed basisklimaat uit de residentiële zorg ook bruikbaar in andere settings? En welke mogelijkheden bieden innovatieve interventies, gebaseerd op inzichten uit de positieve psychologie? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) ‘In m’n SAS’: sociale vaardigheden voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking

Spreker: Anne-Marie Huyghen, Rijksuniversiteit Groningen

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Jeugd-ggz

Korte samenvatting:
Een tekort aan sociale vaardigheden vormt de kern van veel problemen van kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Zo worden zij belemmerd in de opbouw en het onderhouden van een sociaal netwerk. Ook is er een relatie tussen sociale vaardigheden en psychiatrische problematiek bij deze kinderen. Het vergroten van sociale vaardigheden kan voor hen dus veel opleveren. Een socialevaardigheidstraining van Accare Kinder- en Jeugdpsychiatrie is in het project ‘Sociaal aan het Stuur’ verder doorontwikkeld. De groepsbehandeling is wetenschappelijk onderbouwd aan de hand van (inter)nationale literatuur en de Richtlijn Effectieve Interventies LVB. Deze theoretische kennis is gecombineerd met de inzichten van kinderen, (hoe kunnen we jou helpen?), ouders (hoe kunnen wij uw kind het beste helpen?) en behandelaren (wat is volgens u effectief in behandeling aan deze doelgroep?). Het resultaat is ‘In m’n SAS’, een groepsbehandeling gericht op het vergroten en versterken van sociale competentie bij kinderen met een LVB. In deze lezing een introductie op de interventie en een toelichting op de achtergrond en de totstandkoming ervan. Ook komen de beschikbare materialen aan de orde, zoals het draaiboek voor de groepsbehandeling. De lezing maakt duidelijk hoe andere organisaties ‘In m’n SAS’ in de eigen praktijk kunnen inzetten.

(2) Jongeren met een licht verstandelijke beperking in residentiële zorg; hoe doe je wat werkt?

Spreker: Karin de Bruin en Jeannette van den Born, Advisium Groot Emaus (onderdeel van de 's Heeren Loo Zorggroep)

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
Er is veel bekend over wat werkt bij jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) en ernstige gedragsproblemen. Tegelijkertijd is het moeilijk om al deze kennis te integreren in de uitvoering van een residentiële behandeling. Groot Emaus heeft veel ervaring met het verankeren van werkzame elementen van zorg in het basisklimaat. Die ervaring is opgenomen in het handboek ‘Basisklimaat LVB’. Het is geschreven voor begeleiders die werken met jongeren (6 t/m 23 jaar) in de residentiële behandeling, maar is ook goed bruikbaar bij dagbehandeling en in gezinshuizen. Met werkbladen kunnen professionals oefenen om de theoretische inzichten in hun eigen praktijk toe te passen. Het handboek behandelt uiteenlopende onderwerpen: van achtergronden van LVB tot kenmerken van een goed basisklimaat, en van vrijetijdsbesteding tot middelengebruik. In deze lezing een toelichting op het handboek en het gebruik van de werkbladen. Hoe kan het handboek een plek krijgen in het begeleiden van jongeren met een LVB? En welke vraagstukken spelen er met betrekking tot het realiseren van een goed basisklimaat voor deze groep?

(3) De online interventie De Groeifabriek: denken met een groeimindset

Spreker: Petra Helmond, Pluryn R&D/Universiteit van Amsterdam

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Jeugd-ggz

Samenvatting: Uit de positieve psychologie komen vernieuwende interventies voort, die inzetten op het positief stimuleren van de mindset van jongeren en jongvolwassenen. Een recent voorbeeld is De Groeifabriek, een online training met animaties, interactieve opdrachten, filmpjes en auditieve ondersteuning. De training is geschikt voor jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) en voor jongeren in een forensische setting. Zij doen de training van zes sessies onder begeleiding op een laptop of computer. Bij de forensische variant vullen jongeren ook de Toekomstvragenlijst in, gebaseerd op het risk-need-responsivity-model uit de criminologie. Wat zijn op verschillende levensgebieden hun wensen en zorgen over de toekomst? In deze lezing een kennismaking met De Groeifabriek. Het online programma wordt gedemonstreerd en toegelicht. Wat is de theoretische achtergrond van de training? Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de implementatie, gebruikerstevredenheid en effectiviteit van De Groeifabriek. Wat is daarover al te zeggen?

reserveer een stoel

L2.5 Lezingen - De rol van de school bij specifieke behoeften

L2.5 Lezingen - De rol van de school bij specifieke behoeften

Het onderwijs kan een belangrijke rol spelen in preventie bij de jeugd. Adequaat inspelen op problemen, risico’s of eventuele beperkingen bij kinderen vraagt dan wel om een goede afstemming tussen scholen, jeugdprofessionals en ouders. Daarnaast is het nodig dat leraren beschikken over de juiste kennis en vaardigheden om te kunnen omgaan met specifieke behoeften van leerlingen. Hoe kunnen we professionals in en rond het onderwijs goed toerusten? En wat is er mogelijk om de samenwerking tussen de verschillende betrokkenen te verbeteren, zodat specifieke behoeften bij kinderen tijdig worden onderkend en opgevangen? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Perceptie van leraren van het gedrag van leerlingen in de klas

Spreker: Bert Wienen, Rijksuniversiteit Groningen/CPS

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Onderwijs (po/vo)

Korte samenvatting:
We verwachten veel van scholen als het gaat om preventie en eerder signaleren van problemen of risico’s. Maar welke rol speelt de leraar daarin? En is het mogelijk om de manier waarop de leraar het gedrag van kinderen waardeert (of percipieert) te beïnvloeden? Onderzoek op 26 scholen geeft antwoord op de vraag of dit te veranderen is, waardoor een kind in de perceptie van een leraar minder moeilijk gedrag vertoont. Ander onderzoek onder 150 leraren laat zien of de relatieve leeftijd en andere leerlingen in de klas van invloed zijn op de wijze waarop de leraar het gedrag van een kind percipieert. Een volgende kwalitatieve studie gaat over de rol die een diagnose speelt in de samenwerking tussen de leraar en de ouders. Bijvoorbeeld om een diagnose als ADHD, die elders wordt gesteld maar die wel een rol gaat spelen in de communicatie tussen hen. In deze lezing een toelichting op de onderzoeksresultaten van verschillende onderzoeken naar de perceptie die leraren hebben van het gedrag van kinderen in de klas. Stuk voor stuk geven deze studies inzichten die kunnen helpen bij vraagstukken rond preventie en eerder signaleren in scholen. Wat is er te zeggen over de bruikbaarheid van de resultaten?

Bekijk de presentatie

(2) Samenwerking tussen ouders, jeugdigen, onderwijs en jeugdhulp

Spreker: Jantien Gerdes, Academische Werkplaats Samen op School

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Onderwijs (po/vo)

Korte samenvatting:
In de Academische Werkplaats Transformatie Jeugd ‘Samen op School’ staat de samenwerking tussen scholen, jeugdhulpverlening, ouders en jeugdigen in de regio Flevoland en IJsselland centraal. Deze samenwerking zorgt ervoor dat zo min mogelijk kinderen uitvallen op school en minder gebruik hoeven te maken van (zwaardere) vormen van ondersteuning. Eind 2015 is binnen deze werkplaats promotieonderzoek gestart naar de werkzame bestanddelen van samenwerking en de effectiviteit hiervan. Welke werkwijzen dragen bij aan een verbeterde samenwerking tussen ouders, jeugdigen, onderwijs en jeugdhulp? In deze lezing allereerst een presentatie van voorlopige resultaten die de literatuurstudie uit het promotieonderzoek heeft opgeleverd. Welke theoretische principes met betrekking tot communicatie binnen samenwerking zijn met name relevant? En wat is er te zeggen over de praktische uitwerking van deze principes? Op welke manier en met welk resultaat worden bijvoorbeeld conflicten en misverstanden in het veld omgezet naar kansen voor innovatie? In de lezing komen ook ervaringen aan bod die zijn opgedaan op het Almere College, een van de scholen waar het onderzoek wordt uitgevoerd.

(3) Toegerust (genoeg) voor leerlingen met autisme?

Spreker: Ellen Luteijn, Samen Doen

Doelgroep: Onderwijs (po/vo), Opleiding (mbo/hbo/universiteit)

Samenvatting: Om de integratie van kinderen met autisme in het regulier basisonderwijs te bevorderen, is het nodig de kennis en vaardigheden van leerkrachten te vergroten. Zo kunnen zij beter tegemoet komen aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van leerlingen met autisme binnen het zogeheten ‘passend onderwijs’. Dit is onderwijs dat leerlingen uitdaagt, daarbij uitgaat van hun mogelijkheden, rekening houdend met hun beperking. In deze lezing wordt een digitale scholingsmodule voor leerkrachten gedemonstreerd. De module kan onder meer een plek krijgen binnen PABO-curricula. Praktische voorbeelden maken duidelijk hoe de opdrachten uit de module de kennis en vaardigheden van (aankomende) leerkrachten vergroten. Daarnaast worden resultaten gepresenteerd van een onderzoek dat gedaan is bij PABO-studenten, leerkrachten en ouders van leerlingen met autisme.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

W2.6 Workshop - Herhaald beroep op JeugdzorgPlus: hoe dringen we het terug?

W2.6 Workshop - Herhaald beroep op JeugdzorgPlus: hoe dringen we het terug?

Workshopleider: : Irene koster, Parlan Jeugd- en opvoedhulp

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling

Korte samenvatting:
Ongeveer 20 tot 30% van de jeugdigen doet na behandeling in de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) opnieuw een beroep op gesloten behandeling. Wat is er te zeggen over de oorzaken van dit zogeheten ‘herhaald beroep’? Een onderzoek naar de groep jeugdigen die het betreft geeft daarvoor aanwijzingen, waarbij informatie uit de Longitudinale effectmonitor JeugdzorgPlus en gesprekken met jeugdigen, ouders en instellingen interessante inzichten hebben opgeleverd. In deze workshop gaan de deelnemers – na een korte presentatie van de onderzoeksresultaten – de krachten en de zwakke schakels in de huidige jeugdzorg identificeren. Hoe kan de zorg zo vormgegeven worden dat één behandeltraject voldoende effectief is én blijft? Twee teams – team Utopia en team Status Quo – brainstormen hierover. Team Utopia schetst hoe de zorg voor jeugdigen er in het ideale geval uit moet komen te zien, zodat herhaald beroep in de JeugdzorgPlus verleden tijd is. Team Status Quo inventariseert de mogelijkheden die er binnen de bestaande situatie in de jeugdzorg (en binnen instellingen) al zijn om met minimale veranderingen herhaald beroep terug te dringen. Beide teams presenteren hun conclusies, waarna een plenaire discussie volgt.

reserveer een stoel

W2.7 Workshop - Samenwerken met ouders voor goede hulpverleningsresultaten: (hoe) werkt het?

W2.7 Workshop - Samenwerken met ouders voor goede hulpverleningsresultaten: (hoe) werkt het?

Workshopleider:Marieke de Greef, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
Professionele intuïtie en onderzoek uit de (volwassen) ggz doen vermoeden dat een goede alliantie tussen cliënten en hulpverleners ook een belangrijke voorwaarde is voor effectieve hulp aan jeugdigen en gezinnen. Onderzoek naar het belang van een alliantie met ouders in de context van ambulante gezinshulpverlening – de meest ingezette vorm van jeugdhulp – is echter nog zeer schaars. Samen met negen organisaties voor jeugd- en opvoedhulp is recent een onderzoek naar dit thema gedaan, met steun van gemeentelijke en provinciale partners en ZonMw. Wat is de voorspellende waarde van alliantie voor het resultaat van ambulante gezinshulp? En hoe ziet de samenhang eruit tussen cliënt- en professionalfactoren en alliantie? Eerste onderzoeksresultaten bevestigen weliswaar het belang van een goede alliantie, maar op basis van interviews met ouders weten we dat deze niet vanzelfsprekend is in de jeugdhulp. In deze workshop eerst een presentatie van de onderzoeksresultaten. Daarna komt de vraag aan de orde wat de kennis over alliantie betekent voor de dagelijkse praktijk van jeugdzorgprofessionals en -organisaties. En voor onderwijsinstellingen die deze professionals opleiden. Gebruikmakend van onderzoeksgegevens, suggesties van betrokken ouders en professionals, zetten de workshopdeelnemers op een rij wat er mogelijk is om alliantie een plek te geven in de jeugdhulp.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

W2.8 Workshop - Effectief leiding geven aan transformaties

W2.8 Workshop - Effectief leiding geven aan transformaties

Workshopleider: Tom van Yperen, Nederlands Jeugdinstituut

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Medewerker kennisinstituut, Adviseur/consultant

Korte samenvatting:
In ons jeugdstelsel is een ingrijpende transformatie nodig, die verder gaat dan alleen het financieel en bestuurlijk verantwoordelijk maken van gemeenten voor dat stelsel. Het gaat ook om een inhoudelijke omslag die in goede banen moet worden geleid. De internationale literatuur laat zien dat dit om specifieke vormen van leiderschap vraagt. Wat betekent deze kennis voor leiders in de jeugdsector – wethouders, directeuren en teamleiders – die elk een rol hebben in de transformatie van ons jeugdstelsel? Deze workshop start met een kort overzicht van internationaal onderzoek naar effectief leiderschap in de zorg. Dat leiderschap is vaak moeilijk vorm te geven, zeker als het gaat om verandering van het handelen van professionals. De implementatie van evidencebased methoden of de ontwikkeling van geheel nieuwe werkwijzen verloopt daardoor vaak moeizaam, of mislukt soms zelfs. Aan de hand van een concrete casus – de invoering in een wijkteam van een ambulante methodiek voor jeugdhulp aan jongeren – gaan de deelnemers aan de slag met ideeën om effectief leiderschap handen en voeten te geven. In een positiespel worden zij uitgedaagd stelling te nemen over de vraag in welke situaties welke vorm van leiderschap nodig is.

reserveer een stoel

W2.9 Workshop - Naar betere samenwerking huisartspraktijk-buurtteams: de Utrechtse ‘Proeftuin Basiszorg Jeugd GGZ’

W2.9 Workshop - Naar betere samenwerking huisartspraktijk-buurtteams: de Utrechtse ‘Proeftuin Basiszorg Jeugd GGZ’

Workshopleider: Marja van Bon-Martens en Rob Gilsing, Academische Werkplaats Transformatie Jeugd Utrecht

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Overig Praktijkprofessionals eerste lijn

Korte samenvatting:
In Utrecht slaan huisartspraktijken en de buurtteams Jeugd & Gezin de handen ineen voor goede basiszorg voor kinderen en jongeren met psychische klachten. Samen met andere betrokken partijen hebben zij een visie geformuleerd op goede basiszorg door buurtteams en huisartspraktijken. Goed afgestemde zorg is belangrijk, omdat psychische klachten bij kinderen en jongeren vaak samengaan met sociale en/of opvoedkundige problemen binnen het gezin. De huisartspraktijken en de buurtteams werken de gezamenlijke visie nu samen verder uit in een proeftuin in drie Utrechtse wijken: Ondiep, Binnenstad en Leidsche Rijn. Door casussen uit de praktijk te toetsen aan de gezamenlijke visie op goede basiszorg, onderzoeken huisartsen en gezinswerkers wat helpt en wat niet. Dit inzicht gebruiken ze om de basiszorg verder te verbeteren. Dit doen zij niet alleen, maar samen met jeugdigen en hun ouders, en met overige professionals. Tijdens deze workshop vertellen huisartsen en gezinswerkers over hun gezamenlijke visie op goede basiszorg. Wat hebben de gezamenlijke casusbesprekingen hun aan inzichten opgeleverd? In kleine groepen maken de deelnemers kennis met een aantal casussen en ervaren zelf hoe een casusbespreking verloopt. Ten slotte komen de geleerde lessen uit de proeftuin aan de orde. In hoeverre is de daarin uitgeprobeerde werkwijze overdraagbaar?

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

W2.10 Workshop - New approaches to evaluation: from ‘winning’ to ‘learning’

W2.10 Workshop - New approaches to evaluation: from ‘winning’ to ‘learning’

Workshopleider: Michael Little, The Dartington Social Research Unit, Londen

Doelgroep: Landelijk beleid, Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Onderzoeker Universiteit, Onderzoeker praktijkinstelling, Adviseur/consultant

Korte samenvatting:
Evaluation that is limited to estimating impact on outcomes can corrupt the very idea of evaluation. The goal becomes ‘winning’: showing that an intervention or strategy works. In this limited approach to evaluation the goal is not ‘learning’: what can I do better? This workshop will discuss two new approaches to evaluation being tried in England, one designed for innovation and a second designed to help small NGO’s and teams learn how to improve their practice. Let op: deze workshop is in het Engels.

reserveer een stoel

N2.11 Netwerktafel - Richtlijnen; wie gebruikt ze (niet)?

N2.11 Netwerktafel - Richtlijnen; wie gebruikt ze (niet)?

Moderator: Nienke Foolen en Sanne Berens, Nederlands Jeugdinstituut, programma Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Onderzoeker praktijkinstelling, Medewerker kennisinstituut, Adviseur/consultant

Korte samenvatting:
In de afgelopen jaren zijn veertien richtlijnen ontwikkeld voor professionals in jeugdhulp en jeugdbescherming. De publicatie ervan is geen eindstation, maar het begin van een groot veranderproces naar een gemeenschappelijke professionele standaard. Richtlijnen moeten een vanzelfsprekend onderdeel worden van het handelen van professionals, maar ook een plek krijgen bij organisaties, opleidingen, financiers, jeugdigen en ouders, onderzoekers et cetera. Vanuit andere werkvelden weten we dat een dergelijk veranderproces jaren duurt. Het gaat gepaard met allerlei factoren of invloeden die zowel positief als negatief kunnen uitwerken. In 2016 heeft Praktikon onder ruim vierhonderd professionals een peiling gedaan naar het gebruik van de richtlijnen. Hieruit kwam een zeer positief beeld naar voren: bijna alle professionals in de peiling wisten van het bestaan van de richtlijnen. Ze vinden dat deze bij hun functie horen en zijn gemotiveerd om er zelf mee te werken. Dat zijn prachtige uitkomsten. Of is het beeld misschien te positief gekleurd, omdat professionals vrijwillig deelnamen aan de enquête? Daarbij is het werkveld momenteel nog erg in beweging. Landen de richtlijnen ook al echt in de praktijk? Aan deze netwerktafel discussiëren de deelnemers naar aanleiding van de onderzoeksuitkomsten. Welke ervaringen hebben professionals, beleidsmedewerkers, adviseurs, trainers en onderzoekers zelf met de richtlijnen? Waarom zouden ze wel of niet gebruikt worden? Welke tips en adviezen zijn er voor de komende intensieve periode van implementatie? En hoe zouden de deelnemers daarin zelf vanuit hun context willen participeren?

reserveer een stoel

N2.12 Netwerktafel - Modeltrouw en alliantie; samen voor goede behandeluitkomsten?

N2.12 Netwerktafel - Modeltrouw en alliantie; samen voor goede behandeluitkomsten?

Moderator: Aurelie Lange, de Viersprong

Doelgroep: Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Sociaal werk, Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Onderzoeker universiteit, Onderzoeker praktijkinstelling

Korte samenvatting:
Binnen de jeugdzorg wordt steeds meer gewerkt met evidencebased behandelingen. Belangrijk in het toepassen van effectieve interventies is de modeltrouw, ofwel: wordt de interventie wel toegepast zoals het volgens de ontwikkelaars bedoeld is? Daarnaast komt er steeds meer aandacht voor alliantie, ofwel de werkrelatie tussen de cliënt en de therapeut. Uit onderzoek binnen de volwassen psychotherapie is duidelijk dat een goede alliantie een sleutelrol vervult in het bereiken van positieve behandelresultaten. Binnen de jeugdzorg worden soortgelijke resultaten inmiddels ook gevonden. Zowel alliantie als modeltrouw lijkt dus belangrijk voor goede resultaten. Maar gaan ze ook samen? Onder professionals en onderzoekers leven vragen als: kun je als professional wel een goede werkrelatie opbouwen als je een starre handleiding moet volgen? Hoewel er nog niet veel onderzoek naar is gedaan, zijn er aanwijzingen dat goede alliantie en modeltrouw wel degelijk samen kunnen gaan en elkaar zelfs kunnen versterken. Aan deze netwerktafel komt dit thema aan de orde. Op basis van onderzoek onder ruim achthonderd Nederlandse jongeren en hun ouders die multisysteemtherapie hebben gevolgd, is onderzocht hoe verschillende trajecten van alliantie en modeltrouw gezamenlijk samenhangen met behandeluitkomsten op de korte en lange termijn. Na een presentatie van de resultaten, wisselen de deelnemers onderling ervaringen en ideeën uit over het samenbrengen van alliantie en modeltrouw in de praktijk.

reserveer een stoel

N2.13 Netwerktafel - Praktijkondersteuner Jeugd-ggz: een waardevolle toevoeging binnen het sociaal domein

N2.13 Netwerktafel - Praktijkondersteuner Jeugd-ggz: een waardevolle toevoeging binnen het sociaal domein

Moderator: Jacco Snippe, Intraval

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional Jeugd-ggz

Korte samenvatting:
Vanaf april 2015 is in huisartsenpraktijken in Leeuwarden op proef gewerkt met praktijkondersteuners Jeugd-ggz, ook wel POH-jeugd genoemd. Hun inzet is bedoeld om een laagdrempelig hulpaanbod aan kinderen en hun ouders met psychische of psychosociale problematiek te realiseren. Dat zou het aantal doorverwijzingen naar specialistische zorg moeten verminderen. Ook kan de verbinding tussen huisartsen en ketenpartners erdoor verbeteren. Uit de pilot bleek dat de PHO-jeugd inderdaad een waardevolle toevoeging vormt binnen het sociaal domein. Een eerste evaluatie in opdracht van de gemeente Leeuwarden laat zien dat de aanwezigheid van een POH-jeugd leidt tot betere eerstelijnszorg voor kinderen en jongeren met psychische en psychosociale problematiek. Belangrijke succesfactoren zijn het laagdrempelige karakter van het hulpaanbod, de korte lijnen tussen POH-jeugd en huisarts, de kennis van de POH-jeugd van de sociale kaart en de contacten van de POH-jeugd met ketenpartners. Inmiddels is de inzet van de POH-jeugd uitgebreid naar vrijwel alle andere groepspraktijken in Leeuwarden. Voor de evaluatie van de pilot spraken de onderzoekers met huisartsen, POH’s en andere betrokkenen. Ook zijn registratiegegevens geanalyseerd. Vanaf januari 2017 start Leeuwarden met het monitoren van de resultaten van de POH’s in groepspraktijken. Aan deze netwerktafel komt de meerwaarde van de POH-jeugd te sprake. Wat impliceren de resultaten in Leeuwarden voor het preventieve jeugdbeleid elders in Nederland? Welke recente ontwikkelingen zijn er te melden? En zijn er nog verbeteringen mogelijk die de meerwaarde van de POH-jeugd verder kunnen vergroten?

reserveer een stoel

N2.14 Netwerktafel - Participatief werken: via contextmapping naar een Gezonde School

N2.14 Netwerktafel - Participatief werken: via contextmapping naar een Gezonde School

Moderator: Astrid Bontenbal, TU Delft

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Onderzoeker universiteit

Korte samenvatting:
In het kader van de Gezonde School-aanpak worden veel interventies ontwikkeld om een gezonde leefstijl bij jeugdigen te stimuleren. Maar hoe zorg je ervoor dat deze interventies een succes worden en scholen ze daadwerkelijk inzetten? Een basisvoorwaarde voor implementatie is dat een interventie aansluit bij de behoefte van de doelgroep, in dit geval de scholen en de leerlingen of studenten. Contextmapping is een methode voor een zogeheten ‘contextueel gebruikersonderzoek’. De methode wordt ingezet voor het in kaart brengen van ervaringen en latente behoeften van mensen. Contextmapping biedt participanten de mogelijkheid om uiting te geven aan hun onbewuste drijfveren en motivaties en om te reflecteren op hun leven. Ontwikkelaars leren zo de doelgroep beter kennen en kunnen zo tot succesvolle nieuwe interventies komen die aansluiten bij het leven van de doelgroep. Om een passende Gezonde School-interventie gericht op een gezonde leefstijl te ontwikkelen, is de methode ingezet om de behoeften van mbo-studenten in kaart te brengen. Dit leidt niet alleen tot inzicht in de belevingswereld van mbo-studenten rond het thema gezonde leefstijl. De actieve rol in het proces leidt ook tot empowerment van de jongeren. Aan deze netwerktafel worden niet alleen de resultaten van het betreffende onderzoek besproken, maar kunnen deelnemers ook ervaren hoe ze in hun eigen praktijk dieperliggende kennis naar boven halen door middel van contextmapping. En is deze methode ook inzetbaar voor het vormgeven van preventief jeugdbeleid?

reserveer een stoel

logo zonmw

njg

nro

tno logo klein

Logo NJI

.