Marloes Kleinjan is hoogleraar Youth Mental Health Promotion aan de Universiteit Utrecht (UU) en programmahoofd Jeugd bij het Trimbos Instituut. Ze doet onderzoek naar preventie en promotie van mentale gezondheid en voorkomen van middelenmisbruik. Op 22 september houdt zij een lezing over mentaal welbevinden en gezondheid tijdens het congres Jeugd in Onderzoek.

‘Mentale gezondheid bevorderen? Draai aan meerdere knoppen’

Hebben de huidige jongeren meer psychische problemen dan eerdere generaties? Hoogleraar mentale gezondheidsbevordering Marloes Kleinjan legt uit in welke mate de coronamaatregelen daarmee te maken hebben en om wie we ons echt zorgen moeten maken.

Het gelukkigst zijn én veel psychische problemen ervaren – dat lijkt met elkaar in tegenspraak.

‘Jongeren blijken tevreden te kunnen zijn over hun leven en tegelijkertijd psychische problemen te kunnen hebben. Bijvoorbeeld omdat het eraan ligt hoe je ermee omgaat. Alleen is er ook een kleinere groep die echt kwetsbaar is – in het gemiddelde cijfer van 7,6 voor geluk dat jongeren zichzelf geven, zitten immers ook tweeën en drieën…’

Hoe staat het met die kwetsbare groep jeugdigen?

‘Juist die groep hebben we niet goed genoeg in beeld. In Nederland registreren we wel gerapporteerde psychische problemen, maar we hebben geen data over psychische stoornissen, zoals adhd of depressie.’

Psychiaters en medici stellen die diagnoses toch vast?

‘Sinds de overgang van jeugdhulp naar gemeenten in 2015 zijn geen aparte cijfers meer beschikbaar vanuit de kinder- en jeugdpsychiatrie. Bij gebrek aan landelijke cijfers en een representatief bevolkingsonderzoek moeten we het doen met schattingen, ook op basis van onderzoek in andere landen. Als hoogleraar mentale gezondheidsbevordering wil ik graag weten hoe vaak psychische problemen voorkomen, hoe het met deze jongeren gaat en welke gevolgen de problemen voor ze hebben. Ik zou dolgraag de specifieke gegevens over psychische stoornissen helpen verkrijgen.’

“Jongeren kunnen tevreden zijn én psychische problemen ervaren tegelijk”

Waarom is mentale gezondheidsbevordering zo van belang?

‘Omdat het gevolgen heeft voor de rest van je leven. Jongeren die zich gelukkig voelen, zelfvertrouwen hebben en fijne relaties onderhouden, halen hogere cijfers op school en verzuimen minder. Wie op jonge leeftijd al psychische problemen ervaart, heeft op latere leeftijd vaker lichamelijke en mentale problemen: er is vaker sprake van middelengebruik, slaapproblemen, depressie en (geslaagde) suïcidepogingen.’

Gek eigenlijk, al die problemen bij jeugd in zo’n rijk land als Nederland.

‘In rijke landen liggen de cijfers van depressie en suïcide hoger, weten we uit onderzoek. Mogelijk is er meer gelegenheid om over je leven na te denken als je mensen zich veilig voelen, voldoende voedsel en onderdak hebben. Dat heet de “vulnerability paradox”. Misschien zijn we afwijkend gedrag of vervelende gevoelens meer als een probleem gaan zien.

En als er aanbod van zorg en hulp is, komt er ook klandizie – dat kan ook een oorzaak zijn van toegenomen psychische problematiek in Westerse landen. Daarnaast verwachten we dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen geluk in onze individualistische maatschappij. Individualisering werkt prestatiedruk in de hand: als je je kansen niet benut, faal je persoonlijk. Ook kinderen en jongeren krijgen te maken met deze maatschappelijke ontwikkelingen.’

 

Hoe kun je jongeren met psychische problemen helpen?

‘Tijdens elke ontwikkelingsfase spelen verschillende beschermende en risicofactoren een rol bij mentale gezondheid. Dan gaat het om factoren in een persoon zelf, denk aan aanleg voor angst of van nature extravert zijn, én in de omgeving. Met de omgeving bedoel ik degenen dichtbij het kind staan, zoals ouders, naschoolse opvang, ouders, docenten, leeftijdgenoten en misschien wat meer op afstand de voetbaltrainer. Maar ook de inrichting van een wijk heeft invloed en het beleid dat er bijvoorbeeld in een gemeente is om sport of ontmoeting te bevorderen. Als je mentale gezondheid wilt bevorderen, moet je dus aan meerdere knoppen draaien.’

“We moeten stoppen met domeingebonden hulp en zorg bieden”

Wat betekent dat voor professionals en beleidsmakers?

‘Ieder heeft zijn eigen aandeel. Beleidsmakers en gemeenten kunnen zorgen dat effectieve interventies ingevoerd worden en dat daar geld voor beschikbaar is. Wijkteam- en jongerenwerkers helpen signaleren en vroegtijdig hulp en zorg inzetten. Medewerkers bij de GGZ, jeugdzorg of JGZ werken vanuit de wensen en behoeften van kinderen en ouders, zodat zorg en hulp (met effectief bewezen methoden) werkelijk aansluit. Onderwijsprofessionals dragen bij aan de sociaalemotionele ontwikkeling en zorgen zo dat kinderen goed in hun vel zitten. En samen, afgestemd op elkaar en met elkaar, dragen al deze professionals en hun ouders eraan bij dat kinderen en jongeren gezond en kansrijk opgroeien.’

 

Wat hoop je dat er verandert in Nederland?

‘We werken zo versnipperd aan mentale gezondheid. Kijk alleen al bevorderen in de databank van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) naar de tientallen interventies om het welbevinden van jeugd te. Speciaal voor wijkteamwerkers, specifiek voor op school of juist vooral bedoeld voor in het gezin. Zo domeingebonden. Dat zou veel integraler moeten. Stel dat hulp- en zorgverleners, wetenschappers, beleidsmakers, docenten en ouders vanaf vandaag echt sámen werken aan mentale gezondheid van jeugd. Wat een winst zouden we dan met elkaar behalen.’

Tekst: Merel van Dorp, portretbeeld: Martin de Bouter, sfeerbeeld Studio Oostrum