ronde 3: netwerktafels, workshops, lezingen, 16.00u tot 17.00u

L3.1 Lezingen - Residentiële zorg

L3.1 Lezingen - Residentiële zorg

In de residentiële jeugdzorg kampen veel jongeren met – niet zelden ernstige – gedragsproblemen. Voor hen kan het lastig zijn om een goede plek in de samenleving te veroveren. Hun problemen leiden soms zelfs tot delinquent gedrag, hetgeen een moeizame re-integratie noodzakelijk maakt. Zijn er methoden om deze groep effectief te helpen om het heft op een positieve manier in eigen hand te nemen? En welke manieren zijn er om in zorg en behandeling niet alleen te focussen op risico’s en op de dingen die ‘fout’ gaan, maar ook op beschermende factoren en de kracht van de jongere zelf?

(1) Up2U: motiverende gespreksvoering voor blijvende gedragsverandering bij jongeren

Spreker: Annemiek Harder, Rijksuniversiteit Groningen

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Sociaal werk, Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Onderzoeker universiteit, Onderzoeker praktijkinstelling, Medewerker kennisinstituut, Onderwijs (po/vo)

Samenvatting
Hoe kun je als professional zo inspelen op een jongere dat hij of zij ‘de goede kant’ op gaat? En is dat ook te realiseren met jongeren die ‘niets willen’ of die iets anders willen dan jij wenselijk vindt? Hoe kun je ervoor zorgen dat het met een jongere ook na vertrek uit een residentiële instelling goed blijft gaan? Up2U is een nieuwe behandelmethode die hierop inzet. De methode maakt gebruik van motiverende gespreksvoering, een bewezen effectieve aanpak voor het bereiken van gedragsverandering bij jongeren. Up2U is vanuit de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen ontwikkeld in samenwerking met jongeren en professionals in de jeugdzorg. Dat gebeurde in het kader van een ZonMw-project. Met motiverende gespreksvoering kunnen hulpverleners samen met de jongere vraag- én doelgericht werken aan het duurzaam veranderen van gedrag. De aanpak is ook in andere settings bruikbaar. In deze lezing wordt allereerst een toelichting gegeven op recente wetenschappelijke kennis waaruit blijkt dat motiverende gespreksvoering een geschikte methodiek kan zijn in de (residentiële) jeugdzorg. De uitgangspunten van deze methodiek worden aan de hand van een korte interactieve quiz nader toegelicht, gevolgd door een bespreking van een aantal concrete onderdelen van de behandelmodule Up2U. Alle aanwezigen bij de lezing ontvangen na afloop de Up2U handleiding.

Bekijk de presentatie

(2) Risicotaxatie in justitiële jeugdinrichtingen: risico- én beschermende factoren

Spreker: Anneke Kleeven, VU medisch centrum

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Professional Jeugdzorg

Samenvatting
De behandeling van delinquente jongeren richt zich op het verminderen van risicofactoren en tegelijkertijd op het versterken van persoonlijke, relationele en situationele aspecten die de kans op recidive verminderen. De focus van de risicotaxatie binnen de forensische jeugdbehandeling ligt echter hoofdzakelijk op het in kaart brengen van risicofactoren. Daardoor blijft de potentie van beschermende factoren veelal onderbelicht. Om dit te verbeteren, hebben de justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s) in 2016 de Structured Assessment of Protective Factors for violence risk – Youth Version (SAPROF-YV) toegevoegd als standaardinstrument voor de risicotaxatie. De SAPROF-YV is specifiek bedoeld voor het inschatten van beschermende factoren. Met de implementatie van dit instrument moet binnen de behandeling meer nadruk komen te liggen op de ontwikkeling van beschermende factoren. In deze lezing een toelichting op de opzet van een net gestarte grootschalige studie waarin de huidige risicotaxatiepraktijk in de JJI’s wordt geëvalueerd. De resultaten zijn bedoeld om deze praktijk verder te innoveren. Een grotere nadruk op beschermende factoren kan de maatschappelijk re-integratie stimuleren. Bovendien is de verwachting dat de voorspellingen van recidive binnen de risicotaxatie accurater worden als we ook beschermende factoren meenemen. Is er vanuit de eerste resultaten van de studie al iets te zeggen over de beoogde innovatie van de risicotaxatiepraktijk in de JJI’s?

(3) Residentiële schematherapie bij jongeren met gedragsproblemen: haalbaarheid en effectiviteit

Spreker: Marjolein van Wijk-Herbrink, Conrisq Groep/OG Heldringstichting

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Samenvatting
Door kinderen en jongeren met ernstige gedragsproblemen succesvol te behandelen, kan de samenleving veel geld besparen. Niet goed behandelde gedragsproblemen zorgen er immers voor dat veel meer jongeren gebruik moeten maken van faciliteiten als jeugdzorg en speciaal onderwijs. Er zijn veel evidencebased behandelingen beschikbaar, maar deze zijn niet altijd effectief bij de moeilijke doelgroep met ernstige gedragsproblemen. De behandelingen zijn vaak gebaseerd op het verbinden van negatieve consequenties aan ongewenst gedrag en op het belonen van gewenst gedrag. Maar zo’n gedragsmatige aanpak blijkt niet altijd passend te zijn. Zo kan persoonlijkheidsproblematiek een dergelijke aanpak in de weg staan. Bij volwassenen met persoonlijkheidsproblematiek, inclusief forensische patiënten met ernstige gedragsproblemen, wordt vaak de zogeheten schematherapie ingezet. Schematherapie helpt een cliënt de oorsprong van (hardnekkige) gedragspatronen te doorgronden en deze te veranderen. Bij volwassenen is de effectiviteit van schematherapie aangetoond. Nu is er ook een protocol ontwikkeld voor een schematherapeutische behandeling in de gesloten residentiële jeugdzorg (JeugdzorgPlus). De behandeling bestaat uit individuele sessies binnen een schematherapeutisch behandelklimaat, aangevuld met gezinssessies. In deze lezing een presentatie van voorlopig bewijs dat een residentiële behandeling gebaseerd op schematherapie zowel haalbaar als effectief is voor jongeren met ernstige gedragsproblemen. Het protocol is goed uitvoerbaar binnen de JeugdzorgPlus. En de toegepaste schematherapie blijkt effectief te zijn in het verminderen van gedragsproblemen.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

L3.2 Lezingen - Taalontwikkeling

L3.2 Lezingen - Taalontwikkeling

De ontwikkeling van taal en spraak is cruciaal voor de algehele ontwikkeling van kinderen. Als de taalontwikkeling verstoord raakt, heeft dit ook gevolgen voor bijvoorbeeld de sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor de preventie van problemen in het opgroeien is het dan ook belangrijk om eventuele taalachterstanden snel te signaleren en zo nodig te behandelen. Welke effectief gebleken methodieken zijn daarvoor beschikbaar? En hoe kunnen ouders zelf bijdragen aan het adequaat behandelen van stoornissen in de taal- en spraakontwikkeling van hun jonge kind? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Target Word: ouders stimuleren te praten met hun kind

Spreker: Astrid Kruythoff-Broekman, NSDSK

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ

Samenvatting:
Ieder kind heeft een aangeboren vermogen om taal te leren. De meeste jonge kinderen pikken de taal van hun omgeving vanzelf op in het sociale contact met de mensen om hen heen. Maar bij sommige kinderen verloopt de taalontwikkeling op een andere manier. Of het gaat langzamer dan bij leeftijdgenoten. Ongeveer 15% van de 2-jarigen behoort tot de zogeheten ‘late talkers’. Deze peuters hebben geen aanwijsbare andere problematiek, maar wel een taalachterstand. Ze praten nog niet of gebruiken maar enkele woorden. Een deel van deze kinderen haalt hun achterstand vanzelf in (‘late bloomers’), de rest heeft op 4-jarige leeftijd een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Daarvoor hebben zij een behandeling nodig. Ouders spelen een belangrijke rol bij de taalontwikkeling van hun kind. Het ouderprogramma Target Word leert ouders hoe ze de taalontwikkeling van hun jonge peuter met TOS een extra steuntje in de rug kunnen geven. Onlangs is onderzocht wat het effect van Target Word is op de taalontwikkeling van deze groep jonge kinderen. Aan het onderzoek deden zestig 2-jarige late talkers mee. De ouders van dertig kinderen kregen de Target Word-cursus aangeboden. De overige ouders ontvingen alleen de gebruikelijke zorg. De eerste nameting, op de leeftijd van 3 jaar, liet zien dat kinderen in de Target Word-groep meer vooruitgaan in hun actieve woordenschat dan kinderen in de controlegroep. In deze lezing een presentatie van de tweede nameting op 4-jarige leeftijd. Is het eerder gemeten effect van Target Word dan nog steeds aanwezig? En past Target Word in het preventieve beleid?

Bekijk de presentatie

(2) Van Nul tot Taal: doelgericht stimuleren van taal en communicatie

Spreker: Nanja de Rooij, Koninklijke Auris Groep

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional JGZ

Samenvatting:
Van Nul tot Taal is een werkwijze voor de behandeling van jonge kinderen (tot 5 jaar) met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en/of een auditieve beperking. Een TOS is een verborgen handicap met grote consequenties voor de cognitie, de algehele ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Het is belangrijk dat kinderen met een taalontwikkelingsstoornis op jonge leeftijd starten met behandeling, omdat dan nog ‘inhaalgroei’ mogelijk is. Van Nul tot Taal is een samenhangend geheel van ontwikkelleerlijnen, een elektronisch cliëntsysteem, behandeldoelen, methodisch werken en een aanbod voor ouders. In de werkwijze wordt de ontwikkeling van het betreffende kind op verschillende ontwikkelingsgebieden beschreven. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet alleen over de spraak- en taalontwikkeling, maar ook om de sociaal-emotionele, spel- en motorische ontwikkeling. Uit de beschrijving volgen behandeldoelen en een keuze uit bewezen effectieve methoden om de geconstateerde achterstanden aan te pakken. Het gezin wordt actief bij de behandeling betrokken, omdat uit onderzoek blijkt dat dit effectief is. Ouders krijgen oudercursussen en ondersteuning door gezinsbegeleiders. Ook is er praktische ondersteuning zoals de ‘Tas vol Taal’, een tas met spelletjes en materialen om thuis te oefenen. En er zijn een magazine en een app voor ouders. In deze lezing een inkijkje in de manier waarop Van Nul tot Taal in de praktijk wordt toegepast. Welke rol kan de aanpak spelen in het aanbod van de JGZ?

Bekijk de presentatie

(3) Tas vol Taal: thuis stimuleren van de taalontwikkeling

Spreker: Jetske van Hoepen-Kuipers, Koninklijke Auris Groep

Doelgroep: Praktijkprofessional JGZ, Overig professionals rondom zorg aan kinderen met taalproblemen

Samenvatting:
Zo’n 5 tot 7% van alle kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dat is net zoveel als het percentage kinderen met ADHD en 7 keer zo veel als het aantal kinderen met een autismespectrumstoornis. De taalproblemen van kinderen met TOS zijn ernstig en hardnekkig en hebben invloed op verschillende gebieden van de ontwikkeling. Van oudere kinderen met TOS is bijvoorbeeld bekend dat zij meer sociaal-emotionele problemen hebben. Onderwijs en zorg aan kinderen met TOS is primair gericht op het verbeteren van de taalontwikkeling van deze groep. Zowel uit wetenschappelijk onderzoek als uit de praktijk blijkt dat het betrekken van ouders bij de behandeling een effectief middel is om de behandeldoelen te bereiken. Ouders vormen immers een belangrijke schakel in de taalontwikkeling van hun kind. Zij zijn zich echter niet altijd bewust van de invloed die ze zelf kunnen hebben op de taalontwikkeling van hun kind.
Om ouders van peuters en jonge kleuters te helpen de taal van hun kind te stimuleren is de ‘Tas vol taal’ ontwikkeld, een tas vol materialen waarmee ouders thuis met hun kind op een leuke manier met taal bezig kunnen zijn. Bij 6 veelvoorkomende thema’s is een tas gemaakt. In elke tas zit een boekje met een korte uitleg over de taalontwikkeling en vooral veel praktische tips. Een app met korte filmpjes ondersteunt deze tips. Zo worden ouders geholpen om de professionele behandeling die hun kind krijgt te ondersteunen. In deze lezing een korte presentatie van de tas en een toelichting op een onderzoek naar de ervaringen van ouders met de Tas vol Taal. Wat leert dit onderzoek over het betrekken van ouders in de behandeling van kinderen met TOS?

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

L3.3 Lezingen - Scheiding

L3.3 Lezingen - Scheiding

Nog altijd stijgt in Nederland het aantal partnerrelaties dat in een scheiding eindigt. Daarbij zijn jaarlijks tienduizenden kinderen betrokken. Uit onderzoek blijkt dat (echt)scheiding een negatief effect kan hebben op de ontwikkeling van de kinderen. Niet alleen als ze nog klein zijn, ook schoolgaande kinderen en jongeren kunnen daar veel last van hebben. Wat is er mogelijk om conflicten in relaties te voorkomen? Met welke interventies kunnen we kinderen en jongeren ondersteunen als hun ouders toch uit elkaar zijn gegaan? En hoe kies je als professionele organisatie of als gemeente voor een passend aanbod voor een goede preventieve aanpak? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Met Stoere Schildpadden, Dappere Dino’s en het digitaal platform INBOX de scheiding door

Spreker: Mariska Klein Velderman, TNO & Wendy van Vliet, Schoolformaat

Doelgroep: Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Sociaal werk, Onderwijs (po/vo) en Onderzoeker praktijkinstelling

Samenvatting:
Jaarlijks zijn ongeveer 70.000 Nederlandse kinderen betrokken bij de (echt)scheiding van hun ouders. Onderzoek toont dat zij gemiddeld minder goed presteren op school, meer gedragsproblemen vertonen en lager scoren op sociaal-emotioneel vlak. Gerichte steun in het omgaan met de scheiding kan problemen helpen voorkomen. Voor kinderen in de basisschoolleeftijd bestaan daarvoor theoretisch goed onderbouwde methodieken, bijvoorbeeld de groepsinterventies Stoere Schildpadden en Dappere Dino’s (voor kinderen van 4-8 jaar). Daarin ontdekken kinderen dat ze geen schuld hebben aan de scheiding, leren ze gevoelens onder woorden brengen en oefenen ze met eenvoudige manieren om problemen op te lossen. Nieuw voor jongeren is INBOX, een online platform dat is ontwikkeld met en voor middelbare scholieren met gescheiden ouders. Het platform ondersteunt hun gesprekken met bijvoorbeeld het schoolmaatschappelijk werk. INBOX informeert, biedt erkenning en motiveert jongeren om het gesprek aan te gaan over onderwerpen die hen bezighouden, van omgang met hun ouders tot loyaliteit en nieuwe gezinnen. Er zijn animatiefilmpjes, ervaringsverhalen en informatie over rechten en regels. Ook kunnen jongeren op INBOX een emotiedagboek bijhouden. In deze lezing een introductie op de verschillende interventies voor kinderen en jongeren en een overzicht van de nieuwste kennis uit praktijkonderzoek hiernaar.

Bekijk de presentatie

(2) Kennisplatform KEES: overzicht van hulp bij scheidingsproblemen

Spreker: Janneke Metselaar, Kennisplatform KEES

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Samenvatting:
Hoe vind je als ouder of als professional in het overvolle bos met aanbieders de weg naar passende hulp voor een gezin met scheidingsproblematiek? Wat kan een gemeente doen om het hele palet aan ondersteuning – van preventie tot gespecialiseerde hulp – in het jeugdbeleid een plek te geven? Is de aangeboden hulp effectief voor de vragen die kunnen spelen? Kennisplatform KEES bevat een taxatie-instrument en een stroomschema, waarmee professionals mensen naar passende hulp kunnen geleiden. De instrumenten zijn ontwikkeld op basis van onderzoek naar factoren die beschermend of belemmerend zijn. En naar bestaande interventies en de effectiviteit ervan. De ontwikkeling van KEES heeft tot nieuwe vragen geleid. Hoe geven we beter vorm aan preventie bij scheidingsproblematiek? Op welke wijze kunnen we het netwerk van een gezin met scheidingsproblemen effectiever betrekken? En zijn de ingezette interventies effectief? In deze lezing een introductie op de kennis en instrumenten die tot nu toe zijn meegenomen in KEES. Welke wensen zien we in de praktijk voor een verdere uitwerking van het kennisplatform? Waar zit de achilleshiel met betrekking tot onderzoek en scheidingsproblematiek? En wat kunnen we daarmee in vervolgonderzoek?

(3) Ouders, stop de ruzies! Houd me vast-programma is bewezen effectief

Spreker: Desirée van den Broek, Stichting EFT Nederland

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Sociaal werk?

Samenvatting:
Ouderlijke ruzies kunnen een grote impact hebben op kinderen. Deze ruzies komen voort uit wat wel de ‘negatieve interactiepatronen van ouders’ wordt genoemd. Het relatieprogramma ‘Houd me vast’ blijkt effectief om deze patronen te doorbreken en zo ruzies te voorkomen. Wie dat effectief weet te doen, draagt ook bij aan het tegengaan van onnodige (echt)scheidingen, en daarmee aan het voorkomen van ontwikkelingsproblemen bij kinderen. In deze lezing een toelichting op de mogelijke impact van ruzies van ouders op kinderen en wat daar aan te doen is. Daarna volgt een introductie op het ‘Houd me vast’-programma. Dit programma bestaat uit acht bijeenkomsten over emoties in liefde, verbinding en hechting; (destructieve) patronen binnen relaties; het opzoeken en vinden van de zere plekken van vroeger en het bouwen aan een veilige basis om moeilijke dingen te kunnen bespreken. Een grootschalig onderzoek heeft de effectiviteit van het programma aangetoond. Welke mogelijkheden zijn er voor de implementatie van ‘Houd me vast’ in verschillende contexten?

reserveer een stoel

L3.4 Lezingen - Evaluatie wijkteams en jeugdhulp

L3.4 Lezingen - Evaluatie wijkteams en jeugdhulp

In het lokale (preventieve) jeugdbeleid wordt steeds meer ervaring opgedaan met het organiseren van effectieve samenwerking. Ook zoeken gemeenten en professionele organisaties naar manieren om goed aan te sluiten bij wensen en behoeften van kinderen, jeugdigen en opvoeders. Hoe is het landelijke beeld als het gaat om de oprichting van wijkteams die hierin moeten voorzien? Zijn er goede voorbeelden van samenwerking tussen JGZ en deze wijkteams? En hoe krijgt het cliëntenperspectief een serieuze plek in de vormgeving en evaluatie van het aanbod aan hulp en ondersteuning? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Ervaringen met vormen van aansturing van wijkteams

Spreker: Annelies Kooiman, Movisie

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Medewerker kennisinstituut, Adviseur/consultant

Samenvatting:
In vliegende vaart zijn in 87% van de gemeenten in Nederland sociale wijkteams opgericht. De landelijke peiling ‘Inventarisatie wijkteams in beeld’ van Movisie geeft inzicht in modellen en vormen van aansturing waar gemeenten voor kiezen. De tijd is rijp om ervaringen inzichtelijk te maken. Wat werkt het beste? Welke afwegingen maken gemeenten bij het vormen van een breed integraal 0-100 team of juist van specialistische jeugd- en volwassenenteams? Wat zijn voor- en nadelen van het werken met een hoofdaanbieder of met een aparte stichting? In deze lezing een doorkijkje van het ‘rondje Nederland’ dat is gemaakt om de verschillende ervaringen te inventariseren.

Bekijk de presentatie

(2) Evaluatie JGZ in verbinding met de wijkteams: de Loopbrug

Spreker: Nelleke de Vos, GGD regio Utrecht

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ, Overig Praktijkprofessional sociaal wijkteam

Samenvatting:
De JGZ in de regio Eemland (die valt onder de GGD regio Utrecht) werkt in alle gemeenten samen met de lokale wijkteams. In deze verbinding, de Loopbrug genoemd, wordt veel geïnvesteerd. De verbinding tussen JGZ en het wijkteam maakt consultatie over en weer mogelijk. Het gezamenlijk werken aan het opstellen van een gezinsplan en elkaar adviseren bij knelpunten en een eventuele stagnatie in de begeleiding, biedt meerwaarde. Dat geldt ook voor de afstemming over het nazorgtraject, die door de verbinding mogelijk wordt. En de wijkteams kunnen de JGZ beter inzetten in de zogeheten ‘basis’, waarnaar door het wijkteam kan worden ‘afgeschaald’. In 2015 is een procesevaluatie uitgevoerd onder de betrokken jeugdverpleegkundigen, jeugdartsen en wijkteammedewerkers. In deze lezing een presentatie van de resultaten van deze procesevaluatie. Is de beoogde verbinding tussen de JGZ en de wijkteams in het sociaal domein tot stand aan het komen? Welke eerste ervaringen zijn daarbij waar te nemen? En welke knelpunten en verbetersuggesties zijn er?

Bekijk de presentatie

(3) Inspecties en audits door jongeren en ouders in de jeugdhulp

Spreker: Tarik Pehlivan en Nickey de Haan, Stichting Alexander

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Onderzoeker praktijkinstelling, Gemeentelijk beleid

Samenvatting:
De kwaliteit van hulp binnen een instelling of gemeente laten onderzoeken door cliënten zelf. Dat levert niet alleen relevant onderzoek op, maar tegelijkertijd ook actieve betrokkenheid van cliënten bij de kwaliteitszorg van jeugdhulp. Dit is de inzet van een Inspectieteam Jeugdhulp©. In deze methode interviewen cliënten elkaar over de kwaliteiten van hulp en de mogelijkheid tot verbetering, gezien vanuit het perspectief van cliënten. Dit leidt tot adviezen voor concrete stappen naar goede jeugdhulp. De Q4C Kwaliteitswaarden (Quality for Children) kunnen dienen als inhoudelijke leidraad voor dit type interactief en actiegericht onderzoek. In deze lezing een schets van de ervaringen met de inspectieteams. Waarom zijn begeleiders en ‘cliëntinspecteurs’ er zo enthousiast over? En welke lessen zijn er uit deze aanpak te leren voor cliënten, onderzoekers, beleidsmedewerkers en kwaliteitsfunctionarissen?

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

L3.5 Lezingen - Algemeen werkzame factoren

L3.5 Lezingen - Algemeen werkzame factoren

Interventies worden ontwikkeld op basis van werkzame elementen. Soms zijn er echter ook werkzame factoren die niet in het ‘ontwerp’ van een interventie (of een behandeling) zijn opgenomen, maar die min of meer impliciet in de praktijk van het werk verweven zitten. Door dit soort aspecten – bijvoorbeeld non-verbaal gedrag – te expliciteren en gericht in te zetten, kan de werkzaamheid verbeteren. Daarnaast is er veel te winnen bij het bevorderen van de programmatrouw; het uitvoeren van een interventie zoals die is bedoeld. Wat zijn de eerste ervaringen met een nieuwe vorm van supervisie in de praktijk als aanvulling op een training vooraf? Deze lezingensessie bestaat uit 2 lezingen.

(1) Non-verbaal gedrag en behandeluitkomst bij adolescenten met internaliserende problemen

Spreker: Anne Berg, William W. Hale, Universiteit Utrecht

Doelgroep: Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Sociaal werk, Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Onderzoeker universiteit, Onderzoeker praktijkinstelling, Opleiding (mbo/hbo/universiteit)

Samenvatting:
Een van de mogelijk werkzame factoren van behandeling bij adolescenten met internaliserende problematiek, zoals angst of depressie, is non-verbaal gedrag van professionals en cliënten. Eerder onderzoek bij volwassenen met een depressie heeft aangetoond dat dit gedrag inderdaad van invloed is op de behandeluitkomsten. Is dat ook het geval bij hulp aan adolescenten? En welk non-verbaal gedrag is bij deze groep voorspellend voor verbetering of verslechtering van internaliserende problemen? In deze lezing een toelichting op een onderzoek naar deze vragen. Daarbij een beschrijving van de gebruikte instrumenten, zoals een observatieschema om het non-verbale gedrag van professional en cliënt te observeren. Voor het verbeteren van de behandeling is allereerst bewustwording nodig van specifiek non-verbaal gedrag in de communicatie tussen professional en adolescent. Vaardigheden in het observeren, herkennen en interpreteren van specifiek non-verbaal gedrag – en het onderscheiden van gedrag dat door een jongere als ondersteunend of afwijzend kan worden gezien – helpt bij het verwerven van inzicht hoe non-verbaal gedrag van invloed is op behandeluitkomsten. In deze lezing worden deze aspecten nader toegelicht, onder verwijzing naar de resultaten van het onderzoek. Welke mogelijkheden zijn er om de opgedane kennis over non-verbaal gedrag in de praktijk te implementeren?

Bekijk de presentatie

(2) Supervisie als middel voor effectieve reflectie in de zorg voor jeugd

Spreker: Inge Busschers, Jeugdbescherming Regio Amsterdam/Hogeschool van Amsterdam

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Onderzoeker praktijkinstelling

Samenvatting:
De kwaliteit van de uitvoering van een interventie is cruciaal voor het effect. Ofwel: hoe beter de professional een interventie uitvoert, hoe beter kinderen en ouders geholpen worden. Training vooraf is een veel gebruikt middel, maar het is lastig om de daarin opgedane kennis en vaardigheden vervolgens in de praktijk te brengen. Alleen vooraf trainen is dus niet genoeg om een programma met voldoende kwaliteit te (blijven) uitvoeren. Doorlopende ondersteuning is nodig, zodat professionals ook op de werkvloer kunnen blijven leren. Hoe kan deze ondersteuning er het beste uitzien? Daarover is alleen nog kennis beschikbaar vanuit enkele evidencebased interventies. Professionals die practicebased programma’s uitvoeren, krijgen zelden feedback op de kwaliteit van de uitvoering van de interventie. Daarvoor ontbreken de handvatten. In een lopend onderzoeksproject wordt daar nu aan gewerkt bij School2Care van Altra, de leefgroepen van Spirit en bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam. Professionals en supervisors zijn daar aan de slag gegaan met een nieuwe vorm van supervisie, die in het onderzoek op effectiviteit wordt getoetst. In deze supervisie staat reflectie op de uitvoering van het werk centraal, door de inzet van video-opnames en rollenspellen. In deze lezing een presentatie van de eerste resultaten. Wat zijn ervaringen van professionals bij het werken met videofeedback en rollenspellen en hoe beoordelen zij de bruikbaarheid van deze werkwijze? Wat is er te zeggen over het effect ervan op de mate van programmatrouw? En welk effect heeft de nieuwe werkwijze op de beoordeling die cliënten geven van het contact met hun professional?

reserveer een stoel

W3.6 Workshop - Lerend werken; een nieuwe kijk op evidencebased practice

W3.6 Workshop - Lerend werken; een nieuwe kijk op evidencebased practice

Workshopleider: Wim Gorissen, Nederlands Jeugdinstituut

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Zorgverzekeraar

Samenvatting: De afgelopen 15 jaar is aanzienlijke vooruitgang geboekt in het doen wat werkt in de jeugdhulp, met name in de jeugdzorg en de kinder- en jeugdpsychiatrie. Tegelijkertijd was er ook kritiek op het evidencebased werken als uitgangspunt, deels terecht, deels vanwege spraakverwarring. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft daarom het afgelopen jaar de belangrijkste stakeholders (aanbieders in zorg en welzijn, beroeps- en cliëntenorganisaties, gemeenten, kennisinstituten) samengebracht in een ‘denktank’ met gezaghebbende personen. Deze is op zoek gegaan naar een nieuwe, breed gedragen en praktisch toepasbare visie op doen wat werkt in het jeugdveld. Zo kunnen we de beschikbare kennis beter gebruiken voor de innovatie die nodig is voor de transitie en transformatie van de jeugdhulp.
In deze workshop allereerst een presentatie van het nieuwe denkkader, dat uitgaat van lerend werken met gebruik van bestaande kennis. We bespreken de kernvragen die gesteld moeten worden (weten wat er speelt, weten wat werkt, doen wat werkt, lerend werken) en de speelvelden waarin deze vragen aan de orde zijn (spreekkamer, innovatie, zorginkoop). In de workshop exploreren de deelnemers hoe dit nieuwe denkkader gebruikt kan worden om optimaal bij te dragen aan een doelgericht, doeltreffend en doelmatig jeugdveld. Welke hulpmiddelen zijn daarvoor beschikbaar, of zouden er nog moeten komen? We maken dit concreet rond thema’s als bijvoorbeeld kindermishandeling, schooluitval of psychiatrische crisiszorg. De workshopleiders komen van het NJi, een gemeente en een praktijkinstelling.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

W3.7 Workshop - Dialoogtafel: jeugdige, ouders en professionals in gesprek over ontvangen zorg

W3.7 Workshop - Dialoogtafel: jeugdige, ouders en professionals in gesprek over ontvangen zorg

Workshopleiders: Alona Labun, Jeugdhulp Friesland, Academische Werkplaats Transformatie Jeugd Friesland & Marike Serra, Accare

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Sociaal werk

Samenvatting:Hoe zorgen we dat jeugdigen en hun gezinnen goed geholpen worden? Door hen te vragen wat zij van de ontvangen zorg vinden en wat er beter kan. Tijdens de zogeheten dialoogtafels staan de jeugdige en zijn of haar gezin centraal. Samen met diverse betrokkenen rond het gezin (welzijns- en jeugdhulpprofessionals, docent, vrijwilligers, familie en bekenden) evalueren zij de verschillende aspecten van de ontvangen hulp. Dit biedt de kans om inzicht te krijgen in de zorguitkomsten, bepalende succesfactoren, eventuele knelpunten en de aanknopingspunten voor verbetering. Zo leidt de dialoogtafel tot vernieuwende en concrete oplossingen. Door het samen leren en reflecteren ontstaat betere samenwerking met de jeugdige en het gezin. En tussen partners rondom het gezin.
De uitkomsten van de dialoogtafels dragen ook bij aan kennis over wat goed werkt in de zorg voor jeugd, en waarom. Deze kennis kunnen gemeenten en instellingen gebruiken om beleid te evalueren en onderbouwde keuzes te maken bij de inrichting van een optimaal en passend aanbod. Ook helpt het om de dienstverlening te innoveren en (door) te ontwikkelen.
In deze workshop maken de deelnemers kennis met de dialoogtafelmethodiek die is ontwikkeld binnen de Academische Werkplaats Transformatie Jeugd Friesland. Wat is er uniek aan deze dialoogtafels? Hoe worden ze toegepast? De deelnemers wisselen ideeën en meningen uit over de toepassing van de methodiek in hun eigen praktijk. Wat zijn hierbij de kansen en belemmeringen?

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

W3.8 Workshop - Een pedagogisch PACT tussen professionals uit het onderwijs, kinderopvang en zorg

W3.8 Workshop - Een pedagogisch PACT tussen professionals uit het onderwijs, kinderopvang en zorg

Workshopleider: Jolanda Spoelstra en Mariëlle Balledux, NJi

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Kinderopvang, Praktijkprofessional Sociaal werk, Onderzoeker praktijkinstelling, Onderwijs (po/vo), Opleiding (mbo/hbo/universiteit)

Samenvatting:
Wij dromen van een sterke pedagogische omgeving waarin alle jonge kinderen hun talenten kunnen ontwikkelen. Waarin professionals in staat zijn om te werken met een diversiteit aan kinderen, ouders en collega’s. Zo’n sterke pedagogische omgeving ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om het verbinden van de werelden van onderwijs, opvang en zorg. Niet op papier, maar vooral op de werkvloer. Het innovatieproject PACT (waarin inclusie en interprofessionaliteit kernwoorden zijn) faciliteert en stimuleert professionals op de werkvloer in een aantal PACT proeftuinen. In deze workshop vertellen we jou graag over die proeftuinen, die op verschillende plekken in het land op hun eigen wijze de afgelopen jaren vorm gaven aan een inclusieve praktijk. Het Nederlands Jeugdinstituut volgt deze proeftuinen vanaf 2015 in het kader van een casestudy. We hebben bijvoorbeeld gekeken wat het werken in een interprofessioneel team voor de proeftuinleden betekent. Welke vaardigheden zijn nodig? En wat merken ouders en kinderen? Op een interactieve manier presenteren we hoe de proeftuinen aan het werk gegaan zijn en welke ervaringen er zijn opgedaan. We wisselen uit over ieders ervaring met interprofessioneel en inclusief werken en delen tips om met een verandering als deze in je eigen praktijk aan de slag te gaan. We horen ook graag welke adviezen jij hebt aan de proeftuinen om de ingeslagen weg vol te houden. Droom jij net als wij van inclusie? We ontmoeten je graag.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

W3.9 Workshop - Transformatiedialogen: cijfers vertalen met verhalen

W3.9 Workshop - Transformatiedialogen: cijfers vertalen met verhalen

Workshopleider: Lianne Lekkerkerker, Coleta van Dam, Jovanka White, Marion Sanders, Nederlands Jeugdinstituut

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Onderzoeker praktijkinstelling

Samenvatting:
‘Cijfers vertalen met verhalen’, dat is het idee achter de transformatiedialogen die de Academische Werkplaats Nijmegen ontwikkelt en organiseert. Tijdens een transformatiedialoog komen (vertegenwoordigers van) gemeenten, jeugdhulpinstellingen, onderzoekers en cliënten bij elkaar om te praten over cijfers uit onderzoek. Het doel is om de cijfers te ‘vertalen’ met behulp van verhalen van cliënten en hulpverleners vanuit hun dagelijks leven of werk. De verhalen vormen het uitgangspunt om gezamenlijk acties op te stellen, die bijdragen aan de verbetering van de zorg in het licht van de transformatiedoelen voor het jeugdveld. Eind 2016 was er een eerste transformatiedialoog. Bijzonder aan de aanpak is dat cliënten vanaf het begin deelnemen aan de werkgroep, waarin een goede sfeer en een gelijkwaardige samenwerking centraal staan. In deze workshop verkennen de deelnemers eerst aan de hand van een aantal quizvragen de doelen van het project, de aanpak en de ervaringen tot nu toe. Vervolgens verdeelt de groep zich over over twee dialoogtafels. Heeft u vragen aan de cliënten uit de werkgroep? Wilt u meer weten over onze ervaringen? Of heeft u vragen over hoe u zo’n transformatiedialoog in uw eigen regio of gemeente kunt opzetten? Aan elke tafel is er ook ruimte om met elkaar in gesprek te gaan en goede ideeën te delen. Aan het eind van de workshop koppelen de deelnemers plenair de meest inspirerende inzichten per tafel terug.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

N3.10 Netwerktafel - De Lerende Databank Jeugd: niet alleen meten maar vooral verbeteren

N3.10 Netwerktafel - De Lerende Databank Jeugd: niet alleen meten maar vooral verbeteren

Moderator: Inge Bastiaanssen, Nederlands Jeugdinstituut

Doelgroep: Landelijk beleid, Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Sociaal werk, Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Onderzoeker praktijkinstelling, Onderwijs (po/vo)

Samenvatting
In de dagelijkse praktijk van de jeugdhulp wordt informatie verzameld over de problematiek waar de cliënten mee kampen, de aanpak die zij krijgen en de resultaten die na afloop van de behandeling of begeleiding zijn bereikt. In de Lerende Databank Jeugd (LDJ) wordt deze informatie op grote schaal en structureel samengevoegd en benut. De LDJ is een initiatief van het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdzorg Nederland (SEJN, in de wandeling 'Sein' genoemd), een groep van dertig jeugdzorginstellingen en de kennis- en onderzoeksorganisaties Praktikon, PI Research en NJi. De LDJ biedt de kans om op een (kosten)efficiënte en effectieve manier te bouwen aan kennis over wat werkt in de jeugdhulp en waarom. Deze kennis wordt vervolgens door instellingen weer gebruikt om onderbouwde keuzes te maken bij de inrichting van een optimaal aanbod in de jeugdhulp. Dit laatste punt, het benutten van data ten behoeve van de praktijk, is hét uitgangspunt van de LDJ. Het SEJN deelt graag zijn visie op ‘werken met bewijs’ en de relevantie van digitale innovaties om het verbeterproces te ondersteunen. Aan deze netwerktafel gaat SEJN met de deelnemers in gesprek over de totstandkoming van de LDJ en de meerwaarde van deze databank voor het realiseren van effectieve jeugdhulp. Daarbij vragen we input van professionals, instellingen, gemeenten en cliënten(vertegenwoordigers) uit het brede, integrale jeugddomein. Zo wil SEJN ideeën ophalen voor het verder verstevigen van de LDJ. Het is de bedoeling dat we zo de meet-, spreek- en verbeterbeweging in de jeugdhulp weer een stap verder brengen.

reserveer een stoel

N3.11 Netwerktafel - Co-creatie van een ICT-platform voor JGZ: een sterk partnerschap

N3.11 Netwerktafel - Co-creatie van een ICT-platform voor JGZ: een sterk partnerschap

Moderator:Olivier Blanson Henkemans, TNO

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ, Onderzoeker universiteit

Samenvatting
Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ), TNO en enkele uitvoerende jeugdgezondheidsorganisaties werken samen aan de ondersteuning van jongeren en ouders met hulpvragen rondom ontwikkeling en opvoeding. Het is de bedoeling hen te helpen zelf de regie te voeren over hun hulpverlening en professionals te ondersteunen in de rol van begeleider en coach. Dit draagt bij aan de transitiedoelstellingen in het jeugdveld, zoals eigen kracht en preventie, passende hulpverlening en betere samenwerking rondom gezinnen. Het samenwerkingsverband ontwikkelt momenteel een ICT-platform voor de JGZ, gebaseerd op kennis over verschillende effectief gebleken eHealth-initiatieven in de JGZ en gesprekken met stakeholders. Het platform bevat functies die bijdragen aan relevante activiteiten binnen het JGZ-domein, zoals monitoren en signaleren, motiverende gespreksvoering en passende dienstverlening via gezamenlijke besluitvorming. Met dit platform worden knelpunten in de JGZ aangepakt, zoals onvoldoende professionele samenwerking tussen disciplines, aanhoudende druk op gespecialiseerde zorg en een wirwar aan ICT-systemen (zoals digitale dossiers en apps). Aan deze netwerktafel deelt het SEJN de lessen die geleerd zijn in het ontwikkeltraject van het ICT-platform. We gaan met professionals, beleidsambtenaren en onderzoekers in gesprek over de vraag welke vervolgstappen zinvol zijn. Wie wil bijdragen aan het verdere ontwikkelproces van het platform?

reserveer een stoel

logo zonmw

njg

tno logo klein

Logo NJI

.