ronde 1: netwerktafels, workshops, lezingen, 13.30u to 14.30u

L1.1 Lezingen - Vroeg-preventieve interventies

L1.1 Lezingen - Vroeg-preventieve interventies

De komst van een eerste kind is voor alle aanstaande ouders spannend. Een extra steuntje in de rug helpt ze bij een goede start. Voor moeders (en vaders) bij wie bepaalde risicofactoren spelen, kan een intensievere preventieve ondersteuning latere problemen in de opvoeding helpen voorkomen. Welke bewezen effectieve interventies zijn er bijvoorbeeld beschikbaar? Welke rol kunnen deze programma’s hebben in het preventief jeugdbeleid? En hoe kunnen professionals optimaal samenwerken in de ondersteuning van jonge ouders? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) VoorZorg: preventie van kindermishandeling voor kwetsbare jonge moeders en kinderen

Spreker: Silvia van den Heijkant, VU medisch centrum

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling

Korte samenvatting:
Bij een deel van de groep jonge laagopgeleide vrouwen die zwanger zijn van hun eerste kind, is sprake van risicofactoren. Denk aan huiselijk geweld, armoede, weinig sociale steun of een ongezonde leefstijl. Ook is soms sprake van depressie of middelengebruik. VoorZorg is een preventieve interventie door jeugdverpleegkundigen, die start in de zwangerschap en loopt tot het kind 2 jaar is. Uit een gerandomiseerd effectonderzoek onder 460 vrouwen is gebleken dat VoorZorg werkt. Zo verbetert hun leefstijl. In vergelijking met de controlegroep roken moeders uit de VoorZorg-groep bijvoorbeeld minder tijdens en na de zwangerschap. Ook roken ze niet waar de baby bij is. De moeders geven vaker en langer borstvoeding. Huiselijk geweld tussen partners neemt af, zowel tijdens de zwangerschap als in een nameting na twee jaar. Ook kindermishandeling neemt af. Uit onderzoek naar de kosteneffectiviteit blijkt dat VoorZorg zich na twee jaar heeft terugverdiend. Gezien de zeer gunstige resultaten van de effectstudie en de bewezen kosteneffectiviteit, is VoorZorg een goede investering binnen het preventieve jeugdbeleid van de gemeente. Toch wordt het programma lang niet overal in Nederland aangeboden. Wat belemmert gemeenten en JGZ-organisaties om dit te doen? In deze lezing worden gegevens uit het onderzoek toegelicht en komen mogelijke belemmeringen voor implementatie aan de orde.

(2) Samenwerking jeugdgezondheidszorg en verloskunde: doen!

Spreker: Remy Vink, TNO

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ

Korte samenvatting:
Sommige aanstaande ouders kunnen voor de geboorte van hun kind hulp of ondersteuning gebruiken voor een goede start. Het is dan ook belangrijk dat potentieel kwetsbare zwangere vrouwen al vroeg tijdens de zwangerschap zicht krijgt op de mogelijkheden van ondersteuning door de jeugdverpleegkundige of een wijkteam-professional. Vanzelfsprekend is het essentieel dat deze professionals bij hun eventuele hulpverlening samenwerken met de verloskundig zorgverlener. In deze lezing komen tips en trucs aan bod voor het realiseren van een effectieve samenwerking tussen verloskunde en jeugdgezondheidszorg en/of wijkteam.

(3) Twee ouders, één team: OuderTeam.nu voor een sterke start

Spreker: Carolien Gravesteijn, Lectoraat Ouderschap en Ouderbegeleiding, Hogeschool Leiden

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Sociaal werk

Korte samenvatting:
De geboorte van een kind is een van de meest bijzondere ervaringen in het leven. Het is een periode vol plezier en verwachtingen. Maar het kan ook stress en lastige uitdagingen met zich meebrengen. Gemiddeld zijn ouders van jonge kinderen meer gespannen en depressief dan stellen zonder kinderen. Ook zeggen jonge ouders meer conflicten te hebben en minder tijd voor affectie en romantiek na de geboorte van een kind. Onderzoek naar ouderschap en ervaringen van ouders wijst op het belang van het preventief ondersteunen van ouders in de fase vóór de geboorte van het kind. De meeste programma’s voor prenatale en postnatale bewustwording en educatie zijn bedoeld voor ouders in een risicogroep. OuderTeam.nu is een preventief psycho-educatief programma voor álle aanstaande en jonge ouders. Het richt zich op de samenwerkingsrelatie tussen partners in de overgang van partnerschap naar ouderschap. De interventie is gebaseerd op het Amerikaanse programma Family Foundations, ontwikkeld door Mark Feinberg. Deze effectief bewezen interventie laat sterke korte- en langetermijneffecten zien, zowel bij de ouders als het kind. OuderTeam.nu bestaat uit in totaal acht groeps- en online bijeenkomsten, voor én na de geboorte. ‘Goed zorgen voor jezelf en elkaar’ en ‘omgaan met tegenslagen’ lopen als een rode draad door het programma. Deze lezing biedt een kennismaking met dit veelbelovende programma. De lezing laat zien wat het tot een effectieve interventie maakt, die goed past in het lokale preventieve beleid.

reserveer een stoel

L1.2 Lezingen - Seksualiteit en middelengebruik in onderwijs en (pleeg)zorg

L1.2 Lezingen - Seksualiteit en middelengebruik in onderwijs en (pleeg)zorg

Risicogedrag – zoals middelengebruik of seksuele grensoverschrijding – vormen een risicofactor voor het gezond opgroeien van kinderen en jongeren. Om hun ontwikkeling goed te kunnen begeleiden, hebben professionals in onderwijs en zorg de juiste competenties nodig. En beleidsmakers moeten kunnen beschikken over effectieve interventies en aanknopingspunten voor goed doordacht beleid. Welke basisvoorwaarden en competenties zijn nodig om risicogedrag te helpen voorkomen? En zijn er voorbeelden van effectieve (integrale) aanpakken en lespakketten die beleidsmakers en professionals kunnen inspireren? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) ‘Liefde is...’: lesprogramma voor een gezonde seksuele ontwikkeling van vo-scholieren

Spreker: Maurina Versloot, Qpido (onderdeel van Spirit)

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Onderwijs (po/vo)

Korte samenvatting:
Voor een gezonde seksuele ontwikkeling is het nodig dat vo-scholieren zich bewust worden van wat zij verwachten van liefde en seksualiteit. Bij eventuele problemen in de seksuele ontwikkeling of bij seksueel risicogedrag, moeten zij passende hulp kunnen krijgen. ‘Liefde is…’ is een voorlichtingsprogramma dat de seksuele ontwikkeling en seksuele weerbaarheid ondersteunt van jongeren in de tweede en derde klas van het voortgezet onderwijs (13-16 jaar). Twee hulpverleners maken op een laagdrempelige manier thema’s bespreekbaar rond liefde, relaties, grenzen, dwang en seksualiteit. Jongens en meisjes volgen (in gescheiden groepen) een eigen programma. Zo voelt het voor de jongeren veiliger om over de diverse onderwerpen te praten. Ook voor ouders en docenten is er een aanbod dat de lessen aan de jongeren ondersteunt. ‘Liefde is…’ zet in op de beïnvloeding van kennis, attitude, gevoelens, sociale normen en vaardigheden op het gebied van relaties en seksualiteit. Met behulp van voor- en nametingen is bij ruim duizend jongeren onderzocht of de doelstelling wordt bereikt. In deze lezing een introductie op de inhoud van het programma en een presentatie van de resultaten uit het onderzoek. De lezing geeft handvatten om seksueel gezond gedrag te bevorderen. Ook komen suggesties aan bod voor een effectieve lokale ketenaanpak om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen.

(2) Samen Slagen, integrale aanpak van middelengebruik op vso cluster 4

Spreker: Brenda Riegman, Youz (onderdeel van Antes)

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Onderwijs (po/vo)

Korte samenvatting:
Jongeren op het voorgezet speciaal onderwijs (vso) hebben meer problemen met middelengebruik dan jongeren in het reguliere onderwijs. Om daar wat aan te doen, is voorlichting aan leerlingen niet voldoende. Ook deskundigheidsbevordering voor medewerkers, voorlichting aan ouders en een doordacht preventief beleid van de school zijn nodig. Bovendien moet de interventie goed zijn ingebed in de zorgstructuur. Samen Slagen is een interventie voor het vso cluster 4-onderwijs, die al deze aspecten omvat. In samenwerking met beleidsambtenaren, zorgprofessionals en docenten zijn de onderdelen van de methodiek ontwikkeld en voorgelegd aan de leerlingenraad. De interventie richt zich op alle betrokkenen op en rond de school. Naast de verbetering van kennis en vaardigheden en de ontwikkeling van schoolbeleid, begeleidt een gezondheidscoach leerlingen op een persoonlijke en laagdrempelige manier bij het verminderen van middelengebruik en onderliggende problematiek. In deze lezing een kennismaking met de inhoud van Samen Slagen en een toelichting op de totstandkoming van het programma. Ook komen suggesties aan bod om een vergelijkbare integrale aanpak in de eigen praktijk vorm te geven.

Bekijk de presentatie

(3) Kerncompetenties voor begeleiding gezonde seksuele ontwikkeling van jongeren in (pleeg)zorg

Spreker: Claire Bernaards, Hogeschool van Amsterdam

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Opleiding (mbo/hbo/universiteit)

Korte samenvatting:
Over seksueel misbruik en seksuele uitbuiting binnen de residentiële zorg en pleegzorg is de laatste jaren steeds meer bekend geworden. Bij professionals blijkt een tekort aan kennis over seksualiteit te bestaan. Ook ervaren zij handelingsverlegenheid in het omgaan met het thema seksualiteit binnen de residentiële zorg en pleegzorg. In het kader van Erasmus+ (een Europees subsidieprogramma voor onderwijs, jeugd en sport) is in 2015 gestart met het project op dit terrein. Daarin wordt gewerkt aan de ontwikkeling van onderwijs en training waarmee (toekomstige) professionals competenties kunnen opdoen om jongeren binnen de residentiële zorg en pleegzorg te begeleiden bij een gezonde seksuele ontwikkeling. Met een reviewstudie, (focusgroep)interviews en een Delphi-studie is onderzocht welke kerncompetenties (kennis, vaardigheden en attitude) nodig zijn om te kunnen praten over relaties en seksuele ontwikkeling, met kinderen en jongeren, met hun (pleeg)ouders en met andere professionals. In deze lezing worden de belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek gepresenteerd, plus een voorbeeld hoe de betreffende kerncompetenties te vertalen zijn naar onderwijs en training van professionals.

reserveer een stoel

L1.3 Lezingen - Kosten-batenanalyses

L1.3 Lezingen - Kosten-batenanalyses

Preventie, jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg kosten geld, maar leveren als het goed is ook veel op. Niet alleen in termen van gezondheidswinst en kwaliteit van leven, maar ook in financieel opzicht. Hoe breng je de kosten en (maatschappelijke) baten van interventies in beeld? Welke modellen en instrumenten zijn er beschikbaar om investeringen en opbrengsten goed tegen elkaar af te wegen? En op welke manier kunnen beslissers, professionals en financiers deze informatie gebruiken om de gezondheid van de jeugd verder te verbeteren? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Effectieve preventie: financiële én maatschappelijke baten van ‘doen wat werkt’

Spreker: Denis Wiering, gemeente Rotterdam

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Medewerker kennisinstituut

Korte samenvatting:
Inzet van effectieve preventie loont. En meer investeren in preventie levert besparingen op aan zorgkosten. Twee aannames die zeker in tijden van transformatie regelmatig worden aangehaald. Maar in hoeverre zijn deze beweringen waar? In Rotterdam is gewerkt aan een dynamische maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Dit instrument maakt zichtbaar welke maatschappelijke baten te behalen zijn op veiligheid en talentontwikkeling van jeugdigen, als meer wordt ingezet op effectieve preventie. Ook laat de MKBA zien hoeveel geld er aan jeugdhulp te besparen is. De MKBA maakt deel uit van het Beleidskader Jeugd 2015-2020 Rotterdam Groeit. Daarmee wil Rotterdam op basis van een rationeel fundament gericht bijdragen aan het kansrijker, veiliger en gezonder opgroeien van kinderen en jongeren in de stad. Deze lezing maakt duidelijk hoe de financiële baten van ‘doen wat werkt’ inzichtelijk gemaakt kunnen worden en wat de maatschappelijke meerwaarde hiervan is. Aan bod komen de selectie van interventies waarop de MKBA gericht is, de schattingen van de effectiviteit ervan en de wijze waarop de besparingen op jeugdhulp in beeld te brengen zijn. Verschillende vraagstukken komen in de lezing aan bod. Welke problemen kwamen naar voren bij het benutten van wetenschappelijk effectonderzoek bij de constructie van het model? Wat kunnen onderzoekers doen om hun rapportages maatschappelijk relevanter te maken? Welke kritische kanttekeningen zijn er te maken bij de MKBA? En hoe is geprobeerd om aan de kritiek tegemoet te komen en het model te verbeteren?

((2) HeadsUP: onderzoek naar opbrengsten van jeugdhulp

Spreker: Hermien Dijk en Roel Freriks, Rijksuniversiteit Groningen

Doelgroep: Landelijk beleid, Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Zorgverzekeraar

Korte samenvatting:
Een sterke samenleving en volwassenen die op een prettige manier door het leven gaan. Dat bereik je door goed voor de jeugd te zorgen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat de oorzaak van geestelijke gezondheidsproblemen van volwassenen vaak ligt in hun jeugd. Hoe eerder kinderen en jongeren (0-23 jaar) dus de beste, bewezen effectieve hulp krijgen, hoe groter de kans dat ze kunnen opgroeien tot evenwichtige volwassenen die hun bijdrage leveren aan de maatschappij, zowel in sociaal als in economisch opzicht. Goede jeugdhulp lost niet alleen problemen van vandaag op, het voorkomt ook problemen in de toekomst. Daardoor zullen de kosten op de lange termijn dalen. Deze lezing behandelt het onderzoeksprogramma headsUP. Dit programma heeft als centrale vraag: wat zijn de maatschappelijke en financiële opbrengsten van goede jeugdhulp, hoe kun je die berekenen en hoe verhouden ze zich tot de kosten van zorg? Met een simulatiemodel maakt headsUP inzichtelijk hoe effectieve jeugdhulp de gehele levensloop van een kind of jongere beïnvloedt. Daarbij worden intersectorale kosten en baten in kaart gebracht, zowel op de korte als langere termijn. Door de resultaten uit te splitsen naar verschillende partijen, wordt het voor gemeenten, zorginstellingen, verzekeraars en andere organisaties mogelijk het budget zo aan te wenden dat het maximale resultaat bereikt kan worden. Zo wordt de zorg voor jeugd efficiënter, goedkoper én beter.

Bekijk de presentatie

(3) Kosten en baten van de SamenStarten App voor de JGZ

Spreker: Olivier Blanson Henkemans, TNO

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling

Korte samenvatting:
Van professionals in de JGZ wordt verwacht dat zij snel en effectief communiceren met ouders. Van hoog- tot laagopgeleid, wel of niet goed Nederlands sprekend. Ook wordt verwacht dat zij direct tot de kern komen van wat er speelt binnen een gezin, om vervolgens de gewenste ondersteuning te bieden. JGZ-medewerkers weten uit eigen ervaring dat dit niet altijd meevalt. Om professionals tijdens contactmomenten met ouders (bijvoorbeeld bij huisbezoeken) te ondersteunen, is de SamenStarten App ontwikkeld. JGZ-professionals gebruiken deze app in hun gesprekken met ouders. Ze zijn er enthousiast over en zien er de meerwaarde van. Voor het inzetten van de app zijn JGZ-instellingen echter organisatorisch en financieel afhankelijk van verschillende stakeholders, met name JGZ/GGD-directies en gemeenten. Om bij deze stakeholders verder draagvlak te creëren, is inzicht nodig in de kosten en baten van de SamenStarten App. Bij GGD Hollands Noorden wordt daarvoor nu een kosten-effectiviteitsanalyse (KEA) gedaan. Onderzoekers verzamelen gegevens over contactmomenten, de tijdsduur ervan en over hulpvraag, gegeven adviezen en eventuele verwijzingen. Op basis van de resultaten kunnen JGZ en gemeenten gefundeerde beslissingen nemen over de inzet van de app. Deze lezing bestaat uit een demonstratie van de SamenStarten App en een presentatie van tussentijdse resultaten van de KEA. Wegen de baten op tegen de kosten? En wat er nodig is om de baten verder te vergroten (en de kosten te verlagen)?

reserveer een stoel

L1.4 Lezingen - Risicotaxatie

L1.4 Lezingen - Risicotaxatie

Jeugddelinquentie, onveilige leefsituaties en suïcidaliteit vormen ernstige bedreigingen voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Om de jeugd te behoeden voor riskante omstandigheden of om risico’s in de toekomst te voorkomen, is het zinvol om risico- en beschermende factoren goed in beeld te krijgen. Wat voor instrumenten zijn daarvoor zoal beschikbaar? Meten ze voldoende wat ze moeten meten? En welke rol kunnen risicotaxatie en screening spelen, zowel in de hulpverlening en op school als in preventief beleid? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Een kernset van beschermende factoren, innovatie in de forensische keten?

Spreker: Tamara De Beuf, OG Heldringstichting

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
Risicotaxatie is een belangrijk middel om in te schatten of jongeren na een delict opnieuw in de fout gaan. De afgelopen decennia zijn hiervoor verschillende instrumenten ontwikkeld. Om de behoefte aan zorg en de benodigde mate van beveiliging in kaart te brengen, zijn echter niet alleen risicofactoren relevant. Ook beschermende factoren kunnen toekomstige delinquentie, ander probleemgedrag of slachtofferschap verminderen. Toch is de invloed van beschermende factoren op dit moment zowel in de strafrechtelijke als civielrechtelijke sector nog onderbelicht. Ze hebben te weinig een plek binnen de risicotaxatie, de behandeling en de maatschappelijke re-integratie. Om dit te verbeteren, wordt in het kader van de Verkenning Invulling Vrijheidsbeneming Justitiële Jeugd (VIV JJ) een wetenschappelijk onderbouwde kernset van beschermende factoren ontwikkeld. Het gaat om behandelingsgerichte en toekomstgerichte positieve factoren die direct toepasbaar zijn in de praktijk. In deze lezing wordt toegelicht hoe we tot een kernset van beschermende factoren zijn gekomen en wat de relevantie hiervan is voor de praktijk. De lezing daagt deelnemers uit om na te denken over de implementatie van een benadering die meer op de kracht van jongeren is gericht. Hoe geven we beschermende factoren de plek die ze verdienen, zowel in de strafrechtelijke als civielrechtelijke sector?

(2) De veiligheidstaxatie van het Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ)

Spreker: Annemiek Vial, Universiteit van Amsterdam

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
In de jeugdbescherming is het van belang om bij kinderen zowel de directe onveiligheid in te schatten, als het risico op toekomstige onveiligheid. Het Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) bevat daarom naast een risicotaxatie ook een veiligheidstaxatie. In oktober 2016 is met ZonMw-subsidie een onderzoek gestart om de ARIJ te valideren en verbeteren. Meerdere deelonderzoeken binnen dit project gaan over de veiligheidstaxatie. Zijn de betreffende items van de ARIJ relevant voor het meten van het construct ‘onveiligheid’? En worden alle facetten van onveiligheid goed in kaart gebracht? In deze lezing komen de eerste resultaten van twee deelstudies aan bod. Het literatuuronderzoek en het kwalitatieve onderzoek, waarin praktijkprofessionals op het gebied van kindonveiligheid werden geïnterviewd. Geven de eerste resultaten aanleiding tot het aanpassen van de veiligheidstaxatie van de ARIJ? Kan een eventuele aanpassing leiden tot een betere inschatting van de directe veiligheid?

(3) Suïcidepreventie bij jongeren door screening op school en in de jeugd-ggz

Spreker: Ad Kerkhof, Vrije Universiteit Amsterdam

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Onderwijs (po/vo)

Korte samenvatting:
Suïcides van schoolgaande jongeren vormen het schokkende eindpunt van een vaak eenzame worsteling met het bestaan. Ouders, leraren en hulpverleners vragen zich af of zij het hadden kunnen zien aankomen. Zijn er mogelijkheden om een jongere te behoeden voor zelfdoding? Het begint bij het besef dat suïcidaliteit veel voorkomt onder jongeren. Meer dan 11% van alle leerlingen heeft suïcidale gedachten, waarbij de percentages onder scholieren van Turkse en Surinaamse afkomst nog hoger liggen. Bij jongeren die in behandeling zijn van de jeugd-ggz heeft naar schatting de helft suïcidale gedachten. In het buitenland zijn gunstige ervaringen opgedaan met signalering en screening van adolescenten op suïcidaliteit. Door systematische screening kunnen suïcidale jongeren op school worden geïdentificeerd en vervolgens verwezen naar de jeugd-ggz. Een groot deel van hen was zonder een screening niet in beeld gekomen en zou ook niet in de hulpverlening terechtgekomen zijn. Internationaal onderzoek wijst uit dat suïcidale jongeren veel vaker hulp (blijven) zoeken als ze meedoen aan screeningsonderzoek met een vragenlijst. Deze lezing gaat in op de preventie van suïcidaliteit en suïcidepogingen bij jongeren in Nederland. De Vrije Universiteit Amsterdam ontwikkelde ‘Vragen over Zelfdoding en Zelfbeschadiging’, een signaleringsinstrument voor suïcidaliteit onder jongeren. In de lezing komt aan de orde hoe deze vragenlijst ingezet kan worden op school en in de jeugd-ggz, om leerlingen die met suïcidaliteit worstelen te herkennen en te behandelen.

reserveer een stoel

L1.5 Lezingen - Pleegzorg

L1.5 Lezingen - Pleegzorg

Kinderen kunnen veel baat hebben bij een plaatsing in een pleeggezin. En soms is adoptie het antwoord als kinderen niet meer thuis kunnen wonen. Maar een succesvolle plaatsing is lang niet altijd vanzelfsprekend. Nog altijd vindt er in de pleegzorg relatief veel uitval plaats, onder meer omdat de samenwerking tussen ouders en pleegouders vaak niet goed verloopt. Of omdat het kind te zwaar getraumatiseerd is of probleemgedrag vertoont. Wat is er mogelijk om risico’s op voortijdige beëindiging van pleegzorg te voorkomen? En hoe verbeteren we de relatie tussen kind en pleeg- of adoptieouder, of die tussen ouders en de nieuwe opvoeders onderling? Deze lezingensessie bestaat uit 3 lezingen.

(1) Risicofactoren voor uitval in de pleegzorg

Spreker: C. Konijn, Spirit

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Onderzoeker Universiteit, Onderzoeker Praktijkinstelling

Korte samenvatting:
Pleegzorg is een van de meest gewenste vormen om kinderen op te vangen die niet meer thuis of bij familie kunnen wonen. Toch is pleegzorg nog niet geschikt voor alle kinderen, omdat de ondersteuning van pleegouders niet voldoende is om kinderen met hechtingsproblemen, lastig gedrag en/of traumatische jeugdervaringen langdurend in pleeggezinnen op te vangen. Er is veel uitval. Om de achtergronden van uitval in de pleegzorg te achterhalen, is in 2016 een meta-analyse van risicofactoren gedaan. In deze lezing worden de resultaten van deze meta-analyse gepresenteerd. Met welke interventies en ondersteuning van pleegouders kan uitval worden voorkomen? In de lezing komt een daarvan aan bod: een training van pleegouders onder de noemer 'Zorgen voor getraumatiseerde kinderen'. Spirit en Intermetzo doen een door ZonMw gefinancierd onderzoek naar de effecten van deze training. Tijdens de lezing worden de onderzoeksopzet en de eerste bevindingen gepresenteerd.

Bekijk de presentatie

(2) Hoe verbeteren we de samenwerking tussen ouders en pleegouders?

Spreker: Yvonne Aartsen, Lindenhout

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Medewerker kennisinstituut

Korte samenvatting:
Soms lukt het ouders en pleegouders om goed samen te werken. Maar het komt ook voor dat de samenwerking stroef is, of zelfs conflictueus verloopt. Wat maakt nu het verschil? Uit (Gelders) onderzoek uit 2014 bleek dat een slechte samenwerking tussen ouders en pleegouders een belangrijke risicofactor vormt voor een zogeheten ‘breakdown’ (een voortijdige beëindiging van een plaatsing). In aanvulling daarop heeft Lindenhout in 2016 een eigen kwalitatief onderzoek gedaan naar factoren die van belang zijn in de samenwerking tussen ouders en pleegouders. Daarvoor zijn 25 diepte-interviews gehouden, waarin ouders, pleegouders en jeugdzorgwerkers is gevraagd naar hun belevingen en ervaringen rond de samenwerking tussen ouders en pleegouders. Een focusgroep met jongeren, pleegouders en jeugdzorgwerkers heeft aanvullende input geleverd. Het onderzoek maakt duidelijk wat helpende en belemmerende factoren zijn in de samenwerking tussen ouders en pleegouders. Deze uitkomsten zijn vertaald naar tools en handvatten, die de jeugdzorgwerkers pleegzorg kunnen inzetten in de coaching van pleegouders. In deze lezing een toelichting op de onderzoeksresultaten en op de vertaling daarvan naar de concrete praktijk. Wat kunnen we ervan leren voor de begeleiding van ouders en pleegouders, zodat de plaatsing van het pleegkind zo goed mogelijk kan verlopen?

reserveer een stoel

W1.6 Workshop - Werkzame elementen

W1.6 Workshop - Werkzame elementen

Hulpverlening voor zware opvoedproblemen en multiprobleemgezinnen: wat werkt voor wie?

Workshopleider: Els Evenboer, Universitair Medisch Centrum Groningen en Ireen de Graaf, Trimbos-instituut

Doelgroep: Landelijk beleid, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
Het onderzoek naar werkzame elementen in jeugdhulp en preventie is op dit moment in volle gang. Binnen het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector doen 6 consortia er onderzoek naar op verschillende thema’s. De sessie start met een introductie van de ontwikkelingen en kennis die er nu is over het onderzoek naar werkzame elementen binnen die thema’s. Eén van de thema’s is zware opvoedproblemen (ZOP) en multiprobleemgezinnen (MPG). Binnen het consortium ZOP & MPG is een onderzoek gestart naar de werkzaamheid van bepaalde (combinaties van) elementen voor deze doelgroepen. In samenwerking met kenniscentra en instellingen wordt daarvoor vanaf begin 2017 informatie verzameld bij hulpverleners (welke elementen zetten zij bijvoorbeeld in tijdens de behandeling?), ouders (hoe ervaren zij de opvoedbelasting?) en jongeren (met welke psychosociale problemen kampen zij bijvoorbeeld?). Belangrijke vraag is vervolgens hoe de praktijkinstellingen in de toekomst concreet aan de slag kunnen met de uitkomsten van dit onderzoek. Om hier goed op in te spelen, is de input vanuit de praktijk onmisbaar. In deze workshop kunnen professionals nieuwe ontwikkelingen verkennen en hun ideeën, wensen en behoeften op het gebied van praktijkrelevante kennis aan de orde stellen. Wat zijn bijvoorbeeld de mogelijke consequenties van meer kennis over (niet-)werkzame elementen? We zullen 2 of 3 praktijkmodellen voorleggen aan de deelnemers. Dit geeft zicht op hoe de werkzame elementen mogelijk in de praktijk gebruikt kunnen worden. Vervolgens discussiëren we hierover in kleine groepjes en sluiten we af met een plenaire bespreking en discussie.

Bekijk de presentatie deel 1

Bekijk de presentatie deel 2

reserveer een stoel

W1.7 Workshop - Zicht op effectiviteit in de praktijk: het ‘goed-genoeg-onderzoek’

W1.7 Workshop - Zicht op effectiviteit in de praktijk: het ‘goed-genoeg-onderzoek’

Workshopleider: Jan Willem Veerman, Radboud Universiteit, Bas Bijl, 's Heeren Loo Zorggroep, Tom van Yperen, NJi/Universiteit Groningen

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional JGZ, Praktijkprofessional Jeugdzorg, Onderzoeker Universiteit, Onderzoeker praktijkinstelling, Adviseur/consultant

Korte samenvatting:
De druk om met bewezen effectieve interventies te werken is steeds sterker voelbaar, zowel in de praktijk als in het (gemeentelijk) beleid. Maar wat is bewezen effectief? Moet dat altijd blijken uit experimenteel onderzoek met een willekeurig gevormde interventie- en controlegroep? Of mag het ook een ‘onsje minder’ zijn? Kortom: wat is het ‘beste bewijs’? Wanneer zijn het onderzoek en de daaruit resulterende bewijs voor effectiviteit ‘goed genoeg’? In 2017 verschijnt een nieuwe druk van ‘Zicht op Effectiviteit’, handboek voor resultaatgerichte ontwikkeling van jeugdhulp en preventie. Daarin staat een vernieuwde versie van de zogeheten ‘effectladder’. De workshop begint met een toelichting op deze ladder en de verschillende soorten effectonderzoek die op elk van de treden denkbaar zijn. De treden markeren de graden van zekerheid voor de bewijskracht van de effectiviteit van een interventie. Ook wordt aan de hand van voorbeelden uit de onderzoekspraktijk toegelicht welke factoren er meespelen mee bij de beslissing of het effectbewijs ‘goed genoeg’ is. Aan de hand van een casus brainstormen de workshopdeelnemers daarna in groepen vanuit verschillende perspectieven (praktijk, beleid en onderzoek) over de gewenste bewijskracht en het onderzoek dat daarbij past. Zo vormen de deelnemers zich een beeld van het onderzoek dat in hun eigen werksituatie mogelijk en haalbaar is en als ‘het beste bewijs’ voor besluitvorming in hun situatie kan dienen. En ze krijgen zicht op mogelijkheden om stapsgewijs te werken aan de verbetering van de effectiviteit en kwaliteit van hun interventies.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

W1.8 Workshop - Transformatie van de jeugdzorg; actieonderzoek naar praktijkdilemma’s

W1.8 Workshop - Transformatie van de jeugdzorg; actieonderzoek naar praktijkdilemma’s

Workshopleider: Janna Eilander en Laura Nooteboom, Curium-LUMC

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
Sinds de jeugdhulp per 1 januari 2015 door de gemeenten georganiseerd wordt, werken de meeste gemeenten met jeugdteams, jeugd- en gezinsteams of wijkteams. De Academische Werkplaats Gezin aan Zet ontwikkelt samen met de jeugdteams uit de regio’s Holland Rijnland en Den Haag een zelfevaluatiecyclus om het zelflerend en zelfsturend vermogen van de teams te versterken. Door samen met de jeugdteams feedback te verzamelen vanuit verschillende perspectieven – ouders en jongeren, coaches en managers, de gemeenten en de jeugdteamprofessionals zelf – komen werkzame en belemmerende factoren in de werkwijze van de professionals en de teams in beeld. De academische werkplaats verbindt onderwijs, praktijk, beleid en wetenschap met inbreng van ouders en jongeren. Dit gebeurt via actieonderzoek, een combinatie van onderzoeken en veranderen in groepen. Het doel van actieonderzoek is het verkrijgen van praktische kennis die direct toepasbaar is. Deze workshop behandelt op creatieve wijze enkele dilemma’s en verbetervragen vanuit de praktijk. Praktijkprofessionals en beleidsmedewerkers kunnen daarover in de workshop ervaringen en meningen uitwisselen. De focus ligt op de praktische haalbaarheid van de transformatiedoelen en het systematisch betrekken van ouders en jongeren bij de evaluatie van de hulpverlening. Ter illustratie wordt ook het verschil in de organisatiestructuur tussen de regio’s Den Haag en Holland Rijnland besproken. In de workshop komen de eerste bevindingen en de ervaringen vanuit deze regio’s aan de orde.

reserveer een stoel

W1.9 Workshop - Cliënten: een serieuze partner aan elke tafel

W1.9 Workshop - Cliënten: een serieuze partner aan elke tafel

Workshopleider: Karlijn Stals, Nederlands Jeugdinstituut

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Jeugd-ggz

Korte samenvatting:
Het samenwerken met cliënten krijgt binnen de jeugdhulp steeds meer aandacht. Vanzelfsprekend zijn ze partner in hun eigen hulp, aan de veelgenoemde ‘keukentafel’. Daarnaast nemen cliënten ook steeds vaker deel aan andere ‘tafels’; voor samenwerking bij de ontwikkeling van beleid, tijdens onderzoek of in innovatieprocessen. En terecht, want ervaringskennis vormt – naast kennis vanuit onderzoek en uit de praktijk – een van de drie kennisbronnen binnen het evidencebased werken. Maar hoe zorg je ervoor dat je de cliënt écht als partner ziet? In projecten van het Nederlands jeugdinstituut (NJi) spelen cliënten een belangrijke rol. Bijvoorbeeld door een handreiking uit te proberen en te evalueren, feedback te geven op een nieuwe richtlijn of zelf voorlichting of advies te geven aan professionals. Tijdens deze workshop gaan de deelnemers met elkaar aan de slag aan de hand van een voorbeeldproject. Cliënten zitten letterlijk aan de tafels waar de deelnemers in gesprek gaan over verschillende thema’s. Aan de ‘keukentafel’ gaat het over de cliënt als partner in het hulpverleningsproces. De ‘overlegtafel’ staat voor samenwerking rond beleid. De ‘meet- en verbetertafel’ behandelt participatie van cliënten in onderzoek. En de ‘ontwerptafel’ is er voor serieuze deelname van de cliënt aan innovatieprocessen. Per tafel vertelt een jongere, ouder of professional hoe de samenwerking tussen cliënten, professionals, beleid en onderzoek verliep. Wat ging goed en hoe zou het anders kunnen? De deelnemers wisselen kennis, ervaring en nieuwe ideeën uit, waarbij de cliënt een serieuze partner is aan elke tafel.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

W1.10 Workshop - Oplossingsgericht werken

W1.10 Workshop - Oplossingsgericht werken

Workshopleider:Louis Cauffman, klinisch psycholoog en bedrijfseconoom

Doelgroep: onderzoekers universiteit/praktijkinstelling, praktijkprofessional in de JGZ, Jeugdzorg en GGZ, (beleids)medewerker bij een instelling, gemeente of landelijke overheid, medewerker bij een kennisinstituut, Onderwijs (PO/VO)

Korte samenvatting:
Deze workshop is een interactief vervolg op de plenaire lezing over Oplossingsgericht werken. ‘Oplossingsgericht werken (OGW) is oplossingen bouwen zodat de cliënt zijn doelen kan bereiken door zijn eigen krachtbronnen (terug) aan te wenden. Vaak wordt het gereduceerd tot een aantal technieken, maar het is meer. Het mensbeeld achter OGW gaat ervan uit dat ieder mens(elijk systeem) altijd krachtbronnen (resources) ter beschikking heeft, hoe moeilijk en uitzichtloos de situatie ook is. Door erkenning te geven aan de inspanningen en moeilijkheden, verhogen we de kans dat de cliënt zich begrepen voelt en daardoor slaat de motor van verandering aan, namelijk de werkrelatie. In het contact co-creëren we gezamenlijk met onze gesprekspartner een andere mogelijke realiteit en we maken de volgende uitspraak tastbaar: hoop is voor onze geest wat zuurstof is voor onze longen. Het vertrekpunt zijn onze drie mandaten van leider (richtinggevend) , begeleider (ontwikkelend) en beheerder (sturend) waardoor we soepel in spelen op hetgeen op dat moment vereist als we de ander willen helpen zijn doelen te bereiken.

reserveer een stoel

N1.11 Netwerktafel - Gedragsinterventies voor jongeren met een licht verstandelijke beperking; weten wat werkt.

N1.11 Netwerktafel - Gedragsinterventies voor jongeren met een licht verstandelijke beperking; weten wat werkt.

Moderator:Laura Leenarts, Expertisecentrum William Schrikker

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Onderzoeker praktijkinstelling

Korte samenvatting:
Een groot deel van de jongeren binnen de jeugdstrafrechtketen heeft een licht verstandelijke beperking (LVB). Bij jongeren met een LVB die met justitie in aanraking komen is de kans op recidive groter dan bij jongeren die functioneren op een normaal niveau. Speciale aandacht voor deze groep kwetsbare jongeren is dan ook belangrijk. Aan deze netwerktafel kunnen deelnemers meediscussiëren over de vraag welke gedragsinterventies effectief zijn voor jongeren met een LVB. Wat ontbreekt er nog in het huidige aanbod? En welke ontwikkelmogelijkheden liggen er?

reserveer een stoel

N1.12 Netwerktafel - Met actiebegeleidend onderzoek de basisondersteuning jeugd versterken

N1.12 Netwerktafel - Met actiebegeleidend onderzoek de basisondersteuning jeugd versterken

Moderator:Lucienne van Eijk, Universitair Medische Centrum Groningen/C4Youth

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Overig praktijkprofessional basisondersteuning jeugd

Korte samenvatting:
In de eerste helft van 2016 is in alle regio’s en gemeenten van de provincie Groningen geïnventariseerd hoe de jeugdhulp na de transformatie wordt uitgevoerd. Er bleken ruwweg drie verschillende varianten te onderscheiden van de inrichting van de basisondersteuning jeugd. Op basis van gesignaleerde knelpunten wordt in 2017 in drie gemeenten, elk met een ander type basisondersteuning, actiebegeleidend onderzoek uitgevoerd. Dat gebeurt in het kader van een kwaliteitscyclus gericht op samen ontwikkelen, meten en verbeteren. Aan deze netwerktafel komen de volgende onderwerpen aan de orde: hoe wordt het actiebegeleidend onderzoek lokaal uitgevoerd en kan het opleveren? Wat zijn belemmerende en bevorderende factoren voor dit type onderzoek?

reserveer een stoel

N1.13 Netwerktafel - De meest kwetsbare burgers: zo bereik je ze!

N1.13 Netwerktafel - De meest kwetsbare burgers: zo bereik je ze!

Moderator:Christa Nieuwboer, APParent

Doelgroep: Gemeentelijk beleid, Praktijkprofessional Sociaal werk

Korte samenvatting:
Sommige groepen kwetsbare burgers worden wel 'moeilijk bereikbaar' genoemd. Of het nu statushouders, laaggeletterden of laagopgeleiden zijn, interventies lijken niet aan te slaan. In de Themis-methodiek stapt de sociaal werker op deze burgers af en gaat met ze in gesprek. In de eigen taal, over de thema's die voor hen relevant zijn en met participatieve technieken die verandering op gang brengen. Uit effectonderzoek blijkt dat Themis in één jaar (350 contacturen) leidt tot meer zelfvertrouwen, een hoger taalniveau en betere opvoedvaardigheden. Ook is er een hoger participatieniveau bij laagopgeleide deelnemers die voorheen vastliepen in taal- en inburgeringscursussen. Aan deze netwerktafel vindt het gesprek plaats aan de hand van ‘mapping’, een participatieve onderzoekstechniek die ook binnen Themis wordt ingezet. De methodiek maakt het mogelijk in kaart te brengen welke gezinnen in een gemeente of regio extra aandacht verdienen. Ook komt aan de orde wat Themis-deelnemers belangrijk vinden rond gezondheid, communicatie en opvoeding. Het netwerktafelgesprek maakt duidelijk hoe mapping helpt om gezinnen toe te leiden naar passende zorg en diensten. De Themis-methodiek doorkruist de werkterreinen onderwijs, zorg, welzijn en inburgering. Om daarop aan te sluiten, komt aan deze tafel ook ter sprake hoe gemeenten en praktijkprofessionals kwetsbare gezinnen integraal kunnen ondersteunen.

reserveer een stoel

N1.14 Netwerktafel - Netwerkgericht werken in de pleegzorg

N1.14 Netwerktafel - Netwerkgericht werken in de pleegzorg

Moderator:Daphne Roelofs, Hogeschool Windesheim en Eric Lieben, Trias Zwolle

Doelgroep: Beleid binnen instelling, Praktijkprofessional Jeugdzorg

Korte samenvatting:
Van alle pleegzorgplaatsingen wordt zo’n 30% - 50% voortijdig beëindigd (breakdown). Door het kind centraal te stellen binnen het netwerk van mensen die belangrijk zijn voor het kind en te streven naar een gelijkwaardige samenwerking tussen biologisch gezin, pleeggezin en belangrijke betrokkenen uit de sociale netwerken, zou het aantal van deze breakdowns verminderd kunnen worden. Er moet zoveel mogelijk gestreefd worden naar een gezamenlijke wereld voor het kind, met daarin alle betrokkenen die voor het kind belangrijk zijn en/of die willen ondersteunen. Het kind blijft op deze manier zoveel mogelijk verbonden met zijn/haar eigen sociale omgeving en mag zich verbinden met het pleeggezin en zijn sociale omgeving. Het kind heeft dan minder het gevoel te moeten kiezen, of het gevoel in 2 (verschillende) werelden op te groeien. Het project “Samen de schouders eronder” heeft zich gericht op de kracht van netwerkgericht werken in de pleegzorg. Er is een rapportage geschreven over welke Sociale Netwerk Strategieën er in de pleegzorg gebruikt worden. Daaruit kan geconcludeerd worden dat er waardevolle pogingen worden gedaan om krachtgericht en netwerkgericht te werken, maar dat het benutten van sociale netwerken vaak niet goed (of slechts gedurende korte tijd) van de grond komt. Het belang van krachtgericht en netwerkgericht werken wordt wel onderkend, maar de praktijk blijft achter. Het lukt onvoldoende om het duurzaam in te bedden in de gehele organisatie. Dat terwijl het een belangrijk doel van de Jeugdwet is, dat gebruik wordt gemaakt van de eigen kracht van jeugdigen, ouders en hun sociale netwerk. Het is belangrijk dat zij de regie blijven houden over hun eigen leven. Hoe kunnen we dit verbeteren? Aan deze netwerktafel komen allereerst een paar highlights uit het onderzoek naar voren. Het gesprek gaat vervolgens over een vernieuwende visie op het betrekken en inzetten van sociale netwerken (van ouders, pleegouders en kind) in de pleegzorg. De invulling van de functie van de pleegzorgbegeleider verschuift vanuit deze visie veel meer van pleeggezinbegeleider naar pleegnetwerkbegeleider. Ook vindt een verschuiving plaats van formele samenwerking (met de professional in de regie) naar meer informele vormen van samenwerking (waarbij de regie zo ‘laag’ wordt belegd). Aan de netwerktafel is ook aandacht voor het werken met de handreiking (met daarin de belangrijkste inzichten om het inzetten van sociale netwerken in de praktijk te bevorderen) en een bijbehorende ‘toolkit’ uit het project.

reserveer een stoel

N1.15 Netwerktafel - Samen met ouders en jeugdigen beslissen over passende hulp

N1.15 Netwerktafel - Samen met ouders en jeugdigen beslissen over passende hulp

Moderator:Sanne Berens en Nienke Foolen, Nederlands Jeugdinstituut, in samenwerking met Juzt en CJG Den Haag

Doelgroep: Gemeentelijk beleid alle praktijkprofessionals jeugd

Korte samenvatting:
De 14 richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming ondersteunen professionals én cliënten in de jeugdhulp en jeugdbescherming. De richtlijnen zijn gebaseerd op de laatste stand van de kennis: wetenschappelijke kennis, praktijkkennis én kennis van ervaringsdeskundigen. Een belangrijk element in alle richtlijnen is gedeelde besluitvorming. Gedeelde besluitvorming leidt tot beter geïnformeerde cliënten die vaker tevreden zijn over de hulpverlening. Aan deze netwerktafel komt het onderwerp gedeelde besluitvorming uitgebreid aan bod. Hoe geef je het vorm in de praktijk? En hoe helpen de richtlijnen hierbij?Specifiek gaat het gesprek over de richtlijn 'Samen met ouders en jeugdigen beslissen over passende hulp'. Samen met de organisaties Juzt en CJG Den Haag presenteren én toetsen we de opbrengsten uit ons leernetwerk, waarbij centraal staat:

  • Wat heb je als organisatie nodig om deze richtlijn te implementeren en wat heeft de professional nodig om ermee te werken? Wat vraagt het van de professional om écht samen met ouders en jongere te besluiten?
  • Hoe meet je gedeelde besluitvorming?
  • Hoe werk je in de regio samen met de richtlijn ‘Samen Beslissen’? De invoering van richtlijnen neemt een vlucht wanneer er in de hele regio met richtlijnen wordt gewerkt. Maar dit vraagt ook investering in verbinding en extra afstemmen. Hoe geef je dit op een efficiënte en duurzame wijze vorm?
Naast de toets op onze resultaten (herkenbaarheid/ toepasbaarheid) dagen we de deelnemers uit de richtlijn en het samen beslissen in de context van hun eigen organisatie/dagelijkse praktijk te zetten. Met als resultaat een aantal actiepunten waarmee je dag erna slag kan!

reserveer een stoel

N1.16 Netwerktafel - Participatief werken met jongeren in gedwongen kader: hoe doe je dat?

N1.16 Netwerktafel - Participatief werken met jongeren in gedwongen kader: hoe doe je dat?

Moderator:Inge Bramsen, Horizon Jeugdzorg en Onderwijs

Doelgroep: Praktijkprofessional Jeugdzorg, Praktijkprofessional Sociaal werk, Praktijkprofessional Jeugd-ggz, Onderzoeker universiteit, Onderzoeker praktijkinstelling

Korte samenvatting:
Hoe geef je in een gesloten setting een stem aan jongeren en ouders in zorg, onderzoek en methodiekontwikkeling, en hoe wordt die stem gehoord? In Hestia behandelen we jonge vrouwen met een machtiging gesloten jeugdhulp die slachtoffer zijn of dreigen te worden van loverboys en ander vormen van seksueel misbruik. In het kader van de methodiekontwikkeling deden we een praktijkonderzoek. We luisterden naar de verhalen van meiden, ouders en medewerkers. We zagen dat die verhalen van elkaar verschilden. Dientengevolge gingen we aan de slag in de praktijk met diagnostiek en gedeelde besluitvorming. We stuitten op complexe situaties en dilemma’s. In deze sessie presenteren wij onze ervaringen met participatie van jongeren en ouders in het onderzoek en in de praktijk. Aan de hand van een casus gaan we met u in discussie over dilemma’s, grenzen en mogelijkheden van participatief werken met deze jonge vrouwen en hun ouders.

Bekijk de presentatie

reserveer een stoel

logo zonmw

njg

tno logo klein

Logo NJI

.